Blue Heron: ontroerend oprecht debuut in de stijl van Aftersun
Speelfilmdebuut van Sophy Romvari in de bioscoop
In haar bejubelde speelfilmdebuut Blue Heron blikt de Canadese regisseur Sophy Romvari terug op haar jeugd, die werd gedomineerd door een psychisch verwarde broer.
Lars von Trier maakte zijn beruchte film Antichrist (2009) naar eigen zeggen puur als therapie. Hij leed aan een fikse depressie en zocht letterlijk een reden om ’s morgens uit bed te komen. In het script, dat hij schreef in een psychiatrische kliniek, verwerkte hij fragmenten uit zijn eigen therapiesessies. De opnames omschreef hij later als een hel. Toen een journalist hem na de première in Cannes aansprak op het gruwelijke geweld in de film reageerde hij bits. ‘Waarom zou ik mezelf moeten verantwoorden? Ik heb deze film niet voor jullie gemaakt.’
Nu gaan de meeste filmmakers (op alle fronten) wel iets minder extreem te werk dan Lars von Trier, maar de Deen is zeker niet de enige die cinema gebruikt als instrument voor zelfonderzoek en persoonlijke verwerking. Als Europeaan staat hij in een traditie van meesters als Fellini, Bergman en Akerman, die ook volop inzoomen op eigen herinneringen, trauma’s en obsessies. Of denk aan Woody Allen, die zijn kijkers dikwijls aanspreekt alsof hij bij ze op de sofa ligt. Van hem is de uitspraak: ‘In een psychiatrische instelling zitten patiënten vaak te knutselen. Voor mij heeft filmmaken een soortgelijke functie. Het is mijn versie van mandenvlechten.’
De Canadese regisseur Sophy Romvari, van wie het speelfilmdebuut Blue Heron momenteel in de Nederlandse bioscopen te zien is, behoort ook tot deze categorie filmmakers. Maar bij haar vervaagt de grens tussen cinema en therapie nog verder.
Overleden broers
Sophy Romvari (1990) had al enig succes met een reeks korte films voordat ze in 2020 afstudeerde aan de filmacademie in Toronto, met de korte documentaire Still Processing. Hierin is ze zelf te zien terwijl ze zich buigt over een doos vol oude familiefoto’s. Op de foto’s staat ze als kind, samen met haar drie oudere broers, van wie er inmiddels twee zijn overleden. Vader Romvari was een professionele fotograaf en legde zijn opgroeiende kinderen voortdurend vast, maar na de dood van zijn zoons verborg hij het materiaal omdat het nu zo pijnlijk geworden was. In de film ziet Sophy de bewuste foto’s voor het eerst. Haar emotionele gezichtsuitdrukkingen worden begeleid door ondertitels die haar gedachten verwoorden. Bij een foto van een overleden broer staat bijvoorbeeld: ‘Was ik maar niet zo’n groot deel van mijn leven boos op je geweest.’
In een begeleidende scriptie schrijft Romvari dat ze Still Processing maakte vanuit een specifieke onderzoeksvraag: ‘Kan het maken van een persoonlijke film helpen bij het verwerken van een trauma?’ Ze licht toe dat ze bewust de grenzen opzoekt tussen cinema en vaktherapie, en spreekt de hoop uit dat het project voor therapeuten mag gaan dienen als lesmateriaal.
Over reacties uit academische kringen is weinig bekend, maar in de filmwereld maakte Still Processing meteen veel indruk. De hyperintieme productie werd vertoond op grote festivals, won diverse prijzen en deed critici uitkijken naar Romvari’s eerste lange film.
Veel buitengewoons gebeurt er aanvankelijk niet, maar gestaag sluipt er een subtiele spanning in het idyllische portret
Originele mix
Die film, Blue Heron, is nu dus verschenen en wordt eveneens bejubeld. Het is een originele mix van autobiografische fictie, documentaire technieken en een vleugje magisch realisme. Romvari voert een variant op haar eigen familie op: een naamloze vader en moeder met drie zoons en een dochter. De ouders zijn Hongaarse immigranten, die eind jaren negentig met hun kinderen op Vancouver Island komen wonen. We volgen het gezin één zomer lang, voornamelijk vanuit het perspectief van de achtjarige dochter Sasha (gebaseerd op Sophy zelf).
Veel buitengewoons gebeurt er aanvankelijk niet: vader werkt, moeder neemt de kinderen mee naar het strand, Sasha sluit behoedzaam vriendschap met buurmeisjes. Maar gestaag sluipt er een subtiele spanning in het idyllische portret. Oudste zoon Jeremy gedraagt zich grillig en opstandig. Hij stookt, loopt zomaar weg en ontregelt het gezinsleven steeds meer.
In de eerst scènes wordt al duidelijk dat het verhaal een terugblik is van de volwassen Sasha, die inmiddels filmmaker is. De tweede helft van de film speelt zich af in het heden, als Sasha probeert te achterhalen wat er nou precies met Jeremy aan de hand is geweest. In dit deel speelt Romvari vernuftig met filmconventies en verwachtingen.
Schijnbaar willekeurig
Blue Heron is goed te bekijken zonder voorkennis, maar in het licht van haar vorige project valt er wel meer op zijn plek. Net als Still Processing lijkt ook Blue Heron bovenal een vorm van zelfonderzoek: hoeveel kan Romvari zich nog herinneren van haar jeugd? Visueel heeft ze hier een mooie vorm voor gevonden: in die eerste huiselijke taferelen heeft de camera steeds iets aarzelends en aftastends. Er wordt gefilmd vanachter ramen en vanuit vreemde hoeken, er wordt ingezoomd op het soort details dat zich schijnbaar willekeurig in het geheugen nestelt.
Qua opzet doet Blue Heron sterk denken aan Charlotte Wells’ recente meesterwerk Aftersun (2022). Ook daarin blikt een volwassen vrouw onderzoekend terug op een saillante zomer uit haar jeugd. Die film is alleen nog net iets effectiever uitgevoerd. In die experimentele tweede helft van Blue Heron is de vorm wel erg nadrukkelijk aanwezig. Al neemt dat zeker niet weg dat Sophy Romvari een ontroerend oprecht en weemoedig speelfilmdebuut heeft gemaakt dat allicht niet alleen voor haarzelf een therapeutisch effect kan hebben.