Coward: prachtig oorlogsdrama over twee verliefde soldaten
Interview met regisseur Lukas Dhont

In de Belgische WO I-film Coward is de oorlog voor de jonge frontsoldaten Pierre en Francis niet alleen een plek van angst, het is ook een plek van ontdekking en mogelijkheden. Regisseur Lukas Dhont: ‘Deze jongens zouden elkaar nooit ontmoet hebben zonder die oorlog.’
Het begint met een foto uit 1914 die de Belgische regisseur Lukas Dhont (1991) een paar jaar geleden onder ogen kreeg in een boekwinkel in Parijs. Op die foto is een jonge soldaat aan het front te zien, dansend op een podium… in vrouwenkleren. De jonge Vlaamse regisseur van queerdrama’s Girl en Close is geïntrigeerd, verzamelt alles wat hij kan vinden over de Eerste Wereldoorlog en dergelijke revues, en gaat samen met vaste schrijfpartner Angelo Tijssens aan de slag.
Het resultaat is Coward, een film over de ontluikende liefde tussen twee jonge frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog. Pierre is een stille, nogal stuurse boerenzoon en Francis de flamboyante zoon van een kleermaker. Met een groepje afgekeurde soldaten voert Francis aan het front revues op, waarmee hij – gestoken in vrouwenkleren – de manschappen de oorlog even laat vergeten. Normaal gesproken zouden Pierre en Francis elkaar nooit hebben leren kennen, maar het is nota bene aan de oorlog te danken dat dit nu wel gebeurt. Het zal grote gevolgen hebben voor de levens van beide jongens.
Medio mei beleefde Coward zijn wereldpremière op het filmfestival van Cannes.
Dit is na Girl en Close alweer je derde film in Cannes. Daar doen wij in Nederland zo’n vijftig jaar over. Went het al een beetje?
Lukas Dhont (glimlachend): ‘Nee, wennen doet dat niet, maar je hoopt er natuurlijk wel op. Zeker als je er al een keer gestaan hebt en je maakt iets nieuws, dan hoop je dat het er opnieuw mag staan. In dit specifieke geval was het echt kantje boord, want we hadden de film eigenlijk nog niet af. Het is een oorlogsfilm, met veel muziek. Er wordt live gezongen op de set. Er zijn special effects. Allemaal nieuwe uitdagingen voor ons. Dus ik twijfelde om hem in te sturen. Maar de mensen om mij heen hebben me aangespoord dat toch maar te doen.’
Hun queerliefdesverhaal wordt mogelijk gemaakt door die oorlog

Wat was de grootste uitdaging?
‘Toch wel om in dat verleden te duiken. Dat begon bij die zwart-witfoto’s van jonge mannen die net achter het front shows voor elkaar opvoerden. Ik was verbaasd, want ik had nog nooit zoiets gezien. Maar ik ontdekte dat dit door de eeuwen heen in bijna alle legers gebeurde. En vaak hulden ze zich voor dergelijke revues in vrouwenkleren. Omdat vrouwen toen nog niet bij het front mochten komen. Wat ik heel verrassend vond was dat de mannen die daarin uitblonken niet uitgejoeld of verketterd werden, maar dat er juist veel bewondering voor ze was omdat veel van die soldaten nooit dichter bij een vrouw zouden komen. Die optredens boden de mogelijkheid om eventjes weg te dromen over hun moeder, hun vriendin of hun zuster. Het mooiste dagboekfragmentje dat ik gevonden heb was er eentje waarin een soldaat beschreef hoe een van zijn kameraden zich gekleed had als zijn moeder en hem voor het slapengaan een nachtkus kwam geven. Dat vond ik zo ontroerend, omdat het zo’n teder, intiem gebaar is dat we niet koppelen aan soldaten en oorlog.’
Drie films: Girl, Close en nu Coward. Drie Engelse titels, telkens één woord, dat kan bijna geen toeval zijn.
‘Klopt, dat is het niet. Want ik kies zelf de titels. Haha. Wat voor mij interessant is aan die titels is dat het eigenlijk heel simpele woorden zijn, maar wel woorden die voor veel mensen heel complexe gedachten meebrengen. Ik denk dat die woorden nadat je de films gezien hebt, elke keer een andere dimensie krijgen. Girl [Dhonts debuutfilm over een trans meisje dat balletdanseres wil worden, red.] betekent toch iets anders nadat je de film hebt gezien. Het thema in Coward is angst. Iets wat al die soldaten voelen, maar moeten onderdrukken, want als ze dat niet doen kunnen ze niet verder. Dus er is angst voor de dood, die we allemaal kennen. En er is de angst voor de vijand, de gecreëerde vijand. Maar er is ook de angst, denk ik, die wij allemaal voelen voor delen van onszelf. Delen van onszelf die we soms niet omarmen, die we niet kunnen of willen uitdrukken. Pierre en Francis worden met al die angsten geconfronteerd en komen op een kruispunt te staan. Kies ik ervoor om die angst mijn leven te laten bepalen? Of kies ik zelf mijn leven?’

Pierre en Francis zijn dan ook niet laf, ze zijn juist bijzonder dapper, want ze ontdekken iets bij elkaar wat ze eigenlijk nog niet kennen. Er zit een heel mooie scène in de film waarin ze samen in bed belanden en dan vraagt de een aan de ander: ‘Weet jij wat we nu moeten doen?’ En het antwoord is: ‘Nee…’
‘Deze jongens groeien op in een tijd waarin hun liefdesverhaal eigenlijk niet bestaat, er wordt zeker niet over gesproken. Hun queerliefdesverhaal wordt ook alleen maar mogelijk gemaakt door die oorlog. Deze jongens zouden elkaar nooit ontmoet hebben zonder die oorlog, waarin zo veel jonge mannen samenkwamen. Gek genoeg, en dat is ook de contradictie van de film, is die oorlog voor hen een plek van ontdekking. Een plek van mogelijkheden. Dat vond ik ook bijzonder om te ontdekken in die dagboeken. Daarin heerste het gevoel dat wanneer de oorlog zou stoppen en deze jongens terug zouden moeten naar de samenleving, dat die vrijheid ze zou worden afgenomen. Voor Pierre en Francis is de oorlog een mogelijkheid om elkaars lichaam te ontdekken. In een omgeving waar hun lichamen eigenlijk bedoeld zijn om te kwetsen, om pijn te doen, om andere mensen te doden, ontdekken zij ook het plezier van het lichaam.’
Een paar dagen na ons gesprek met Dhont wonnen Emmanuel Macchia en Valentin Campagne, die Pierre en Francis spelen, in Cannes samen de prijs voor beste acteerprestatie.
