Youri: aangrijpend eerbetoon aan een geniale pianist
Op de set van Youri in het Concertgebouw

De uit de Sovjet-Unie gevluchte Youri Egorov was een van de grootste concertpianisten van de twintigste eeuw. Regisseur Sander Burger maakte een film over het bewogen leven van Egorov, die in 1988 overleed aan de gevolgen van aids. VPRO Cinema ging op setbezoek.
Eind jaren zeventig loopt HP-journalist Jan Brokken elke ochtend een rondje voor hij in zijn huis op de Amsterdamse Brouwersgracht achter de typemachine kruipt. Tijdens die wandelingen hoort hij steevast iemand prachtig pianospelen. Hij weet niet wie dat is en belt ook niet aan bij het huis waar het geluid vandaan komt, maar jaren later zal hij in zijn boek In het huis van de dichter (2008) uitleggen hoe hij er uiteindelijk achter kwam wie er zo mooi speelde.
‘Op 30 januari 1980 woonde ik een recital in de Grote Zaal van Het Concertgebouw bij dat gegeven werd door een jonge Rus die de Sovjet-Unie was ontvlucht. Onder muziekliefhebbers lag zijn naam op ieders lippen; hij was het aanstormende grote talent. Op die avond voerde Youri Egorov alle etudes van Chopin uit, opus 10 en opus 25. Na een paar maten wist ik dat hij de pianist was die ik elke morgen op de Brouwersgracht had gehoord. De zaal was niet alleen tot de allerlaatste plaats uitverkocht, in de gangpaden achter de vleugel op het podium zaten zo’n beetje alle conservatoriumstudenten van Amsterdam op de vloer. Het was méér dan een concert, het was een evenement, het gonsde in de zaal, nog voor er een noot had geklonken.’
Op 24 maart 2025 zullen diezelfde etudes van Chopin weer te horen zijn in de Grote Zaal. Maar wanneer we om een uur of vier ’s middags Het Concertgebouw via de artiesteningang betreden, is de Grote Zaal bij lange na niet uitverkocht. Wel gonst het van de figuranten en er is een filmploeg. We zijn namelijk bij de opnamen van de film Youri van regisseur Sander Burger.
Youri is gebaseerd op In het huis van de dichter, waarin Brokken niet alleen het bewogen leven van Egorov beschrijft, maar ook de bijzondere vriendschap die kort na Egorovs optreden in Het Concertgebouw zal ontstaan tussen de twee mannen. Een vriendschap die in 1988 abrupt ten einde komt wanneer Egorov, om de aftakeling door aids voor te zijn, op 33-jarige leeftijd kiest voor euthanasie.
Youri had een fantastische aanslag. Zoals hij de toetsen aanraakte! Je hoorde nooit een nagel tikken op de toetsen, hij aaide ze.

Georgische hoofdrolspeler
Met Brokken spreken we later die dag nog, maar eerst maken we gebruik van een korte pauze tussen de opnamen om te praten met de Georgische acteur Levan Gelbakhiani, die in de film Youri Egorov speelt. Gelbakhiani lijkt op de Egorov die te zien is op foto’s en archiefmateriaal. Klein, voorzichtige oogopslag en halflang zwart haar. En net als Egorov draagt hij tijdens optredens een chic zwart rokkostuum. Maar er blijken nog meer overeenkomsten te zijn.
Een belangrijke reden voor Egorov om destijds de Sovjet-Unie te ontvluchten en asiel aan te vragen in het Westen (hij kwam via Italië in Amsterdam terecht) was zijn seksuele geaardheid. Egorov was gay, maar vertelde dit aan niemand, want hij wist dat zijn carrière als concertpianist in de Sovjet-Unie voorbij zou zijn als het ooit zou uitkomen.
Gelbakhiani vertelt dat hij Georgië in 2021 om vergelijkbare redenen heeft verlaten. ‘Met de leden van Pride zouden we in juli bij een meer buiten Tbilisi bij elkaar komen. Ver weg van de stad en haar inwoners, zodat we een veilig plekje voor onszelf zouden hebben. Maar de regering mobiliseerde oproerkraaiers die onze locatie vernielden. Het festival moest worden afgeblazen, maar de boosheid daarover was zo groot dat de dag erop demonstraties in Tbilisi plaatsvonden waar ook mensen van buiten onze Pridegemeenschap aan meededen. Grote groepen betoonden zich solidair, zodat er in plaats van de gebruikelijke honderd, tweehonderd kids ineens twintigduizend mensen op de demonstratie waren.
Daarop greep de regering hard in. Journalisten die verslag deden werden geslagen en een van hen werd zo toegetakeld dat hij aan zijn verwondingen overleed. Georgië was toch al nooit de hemel voor gays, maar toen wist ik: dit gaat de verkeerde kant op. Een paar maanden later ben ik naar New York gegaan en sindsdien ben ik niet meer in Georgië geweest. Daarin lijk ik misschien nog wel het meest op Youri, die ook nooit meer terugkeerde naar zijn moederland. De heimwee die hij zijn hele leven heeft gevoeld, voel ik nu ook.’
Vanbinnen lijkt Gelbakhiani dus veel op Egorov, maar hoewel hij een goede balletdanser is (filmliefhebbers kennen Gelbakhiani misschien van And Then We Danced), kan hij naar eigen zeggen absoluut niet pianospelen. ‘We hebben een fantastische pianist gevonden die me helpt bij alle muzikale stukken. Zijn naam is Illia Fialko, een Oekraïner die alweer zeven jaar in Amsterdam woont. Als je straks Egorov ziet pianospelen in de film, zijn het zijn handen.’
Illia is onmisbaar, want je krijgt de kijker alleen mee in het verhaal als die gelooft dat Levan zelf piano speelt

Handendubbel
Even later zullen we ze beiden aan het werk zien. Eerst Gelbakhiani, die statig en in dat rokkostuum naar de enorme Steinwayvleugel loopt die midden in de Grote Zaal op het podium staat. Nadat hij onder luid applaus gaat zitten en zijn knieën in een hoek van precies negentig graden heeft gebogen, begint hij aan de etudes van Chopin. Zijn vingers vliegen over de toetsen, maar hij zal er niet één indrukken. Dat doet ‘handendubbel’ Illia Fialko, hetzelfde rokkostuum, ongeveer even groot, hetzelfde halflange zwarte haar, even later wel.
‘We hadden enorm geluk met Illia,’ vertelt regisseur Sander Burger ons wanneer we hem tussen de opnamen door ook even kunnen spreken. ‘We waren aan het scouten voor locaties toen iemand ons over hem vertelde. Illia is onmisbaar, want je krijgt de kijker alleen mee in het verhaal als die gelooft dat Levan zelf piano speelt.’
Om dat voor elkaar te krijgen heeft Burger eerder in de draaiperiode, we zijn op 24 maart al op dag zeventien, ongeveer op de helft, een belangrijke scène opgenomen.‘De film begint straks in het zwart. Dan hoor je ongeveer vijftien, twintig seconden een waanzinnig mooi stuk van Bach, en dan openen we op de handen van Illia. Vervolgens pannen we langzaam omhoog en zie je Levan. Wacht, ik kan het wel laten zien.’
Burger pakt zijn mobiel, scrolt door de foto’s, tot hij bij een foto komt waar Gelbakhiani mouwloos achter de piano zit, met zijn armen recht naar beneden. Achter hem zit Fialko, ook mouwloos, die zijn armen door die van Gelbakhiani heeft gestoken, zodat het zijn vingers zijn die op de toetsen rusten.
Wanneer de camera slim beweegt zal straks niemand doorhebben dat het lichaam en de handen niet van één maar van twee Youri Egorovs zijn. ‘Op beeld,’ zegt de regisseur tevreden, ‘ziet dat er ongelooflijk overtuigend uit. Sorry hoor, maar dit zijn van die trucjes waar ik heel blij van word.’
Een figurant kost zo’n 150 euro per dag. Een volle zaal kunnen we dus niet betalen.
Timing
Wanneer we met Burger spreken hebben we zowel Gelbakhiani als Illia al zien spelen. Telkens hetzelfde stukje muziek, dat met drie tellen vooraf op geluidsband wordt ingestart. En elke keer weer geeft het aanwezige figurantenpubliek ze een hartelijk applaus.
Dat applaus is niet belangrijk voor de opname, want het stuk op de geluidsband wordt immers halverwege afgebroken, maar het is spontaan. En nergens is het harder dan die ene keer dat Gelbakhiani, nadat zijn handen tijdens het stuk wild over de toetsen hebben gedanst en de muziek is stopgezet, voor de grap toch een toets indrukt en er in de Grote Zaal één verloren noot klinkt.
Perfecte komische timing, die het publiek wel kan waarderen.
Maar dit is ook het moment waarop we beseffen dat de piano niet gemute is, en dat telkens wanneer we Illia hoorden spelen, en het leek alsof er maar één stuk muziek te horen was, hij dit dus zo volmaakt deed dat zijn spel volledig synchroon liep met de muziek op het bandje.
Over het publiek gesproken: dat zijn in totaal zo’n tweehonderd figuranten. Keurig in tenue de soirée (uit de jaren tachtig) gestoken en net voldoende om een klein deel van de Grote Zaal te vullen. Het is grappig om te zien hoe ‘de kudde’ zich bij elke andere camera-instelling weer gewillig laat verplaatsen. De reden voor die veelvuldige volksverhuizingen ligt voor de hand. Regisseur Burger bevestigt: ‘Een figurant kost zo’n 150 euro per dag. Een volle zaal kunnen we dus niet betalen. Als je dan door handig te manoeuvreren iets kan besparen is dat toch mooi meegenomen.’

Hemels
Tijdens de opnamen in de Grote Zaal ontmoeten we ook de nu 75-jarige schrijver Jan Brokken, die naar de opnamen in het Concertgebouw komt kijken. Brokken vertelt ons dat er eerder die dag nog een andere scène is opgenomen in de Kleine Zaal. Zijn we in de scène in de Grote Zaal getuige van de eerste keer dat Brokken en zijn vrouw Marie-Su Youri Egorov zien spelen, bij de scène in de Kleine Zaal zien ze hem voor de laatste keer optreden.
Brokken: ‘De scène in de Kleine Zaal was heel aangrijpend voor ons, omdat we weer even terugkeerden naar toen. Het was 1987 [een paar maanden voor zijn zelfgekozen dood, red.] en Youri had een korte opleving tijdens het aftakelingsproces van die aids. Hij had af en toe nog wel epileptische aanvallen. Door alle medicijnen waren zijn voeten zo dik geworden dat ze niet meer in zijn schoenen pasten. Daarom speelde hij op sokken, zwarte sokken, die we speciaal voor hem hadden gebreid en die op een afstandje leken op schoenen. We zaten toen pal achter hem op het podium, zodat we hem snel konden opvangen als hij weer een epileptische aanval kreeg. We zaten zo dicht bij hem dat we konden horen hoe zwaar zijn ademhaling was. En toch speelde hij hemels.
Youri had een fantastische aanslag. Zoals hij de toetsen aanraakte! Je hoorde nooit een nagel tikken op de toetsen, hij aaide ze. Alsof hij vilt op zijn vingertoppen had. Youri speelde toen Moments musicaux van Schubert, wat hij heel langzaam deed, dof bijna. Alsof het leven al uit hem aan het wegtrekken was. Dat hij dit kon overzetten op de piano is ongelooflijk. Je krijgt het gevoel dat hij toen nog even aan iedereen wilde laten horen wat muziek is. Iedereen huilde. Ook vanochtend moesten mijn vrouw en ik weer huilen, omdat we moesten terugdenken aan toen, maar misschien was ik nog wel het meest geroerd door het feit dat Sander de tapes van Youri gebruikt had. Het was de echte Youri die ik daar hoorde spelen.’
Waarom zijn die etudes van Chopin zo goed dat Youri nog steeds als een van de grootste Chopin-vertolkers ooit wordt gezien?
Wanneer we dit later aan Sander Burger voorleggen, vertelt hij dat hij nooit zelfs maar overwogen heeft om een andere uitvoering dan die van Egorov te gebruiken. ‘Ik merkte het ook aan Joes en Julia [Brauers en Akkermans, die in de film Jan en Marie-Su spelen, red.], die moesten ook huilen. Omdat de muziek, die opname... Ook al weet je niets van muziek, je hoort gewoon dat het gespeeld wordt door iemand die op sterven na dood is. Het is moeilijk uit te leggen, maar als je dat hoort gaat het gewoon recht naar binnen.
Tijdens het schrijven [Burger schreef het scenario voor Youri samen met Bastiaan Tichler, red.] had ik ook altijd muziek van Youri opstaan. Want dat is het enige wat nog van hem is overgebleven. Daarom kon ik in de film ook alleen zíjn pianospel laten horen.
Ik heb laatst Back to Black gezien, die biopic over Amy Winehouse. Dan denk ik: waarom gebruiken ze in die film in godsnaam de stem van de actrice en niet die van Amy Winehouse zelf? Waarschijnlijk konden ze de rechten niet betalen, maar man, het lijkt nu niet eens op Winehouse, terwijl zij juist zo’n uniek stemgeluid had.
Kijk, Youri is geen componist. De stukken die hij speelde zijn door tienduizend andere grote pianisten gespeeld, maar waarom is die opname van Moments musicaux zo bijzonder? En waarom zijn die etudes van Chopin zo goed dat Youri nog steeds als een van de grootste Chopin-vertolkers ooit wordt gezien? Omdat Youri er iets van zichzelf aan heeft toegevoegd.
Voor het verhaal in Youri gebruik ik zeg maar de Amadeus-constructie: in die film kijken we door de ogen van tijdgenoot Salieri naar het genie van Mozart. In Youri kijken we door de ogen van zijn goede vriend Jan naar het genie van Youri. Om te kunnen zien hoe groot dat genie was zal ik dat niet alleen aan de kijkers moeten laten horen, ik zal het ook moeten laten zien.
Mijn grootste angst is dan ook dat kenners van klassieke muziek achteraf foutjes zullen ontdekken. Of nee, angst is niet het goede woord. Het is gewoon mijn eer te na dat ze iets zien wat niet klopt. Ik wil dat straks iedereen aan het eind van de film denkt: holy shit, wat is dit goed gedaan!’
