Meesterwerk All of a Sudden maakt een onuitwisbare indruk

Interview met actrices Virginie Efira en Tao Okamoto

Tao Okamoto (Mari) en Virginie Efira (Marie-Lou) in all of a sudden
  • Gerhard Busch

Het Japanse All of a Sudden is een prachtig drama over een bijzondere vrouwenvriendschap. Actrice Tao Okamoto: ‘Wanneer je iemand pas leert kennen en je voelt meteen een verwantschap, dan is dat eerste gevoel ook vaak romantisch.’

Een van de beste films op het festival van Cannes was het Japanse drama All of a Sudden van Ryūsuke Hamaguchi. De film – over een toevallige, intense vriendschap tussen twee vrouwen – duurt ruim drie uur, er wordt heel veel in gesproken, en maakt een onuitwisbare indruk. Sterker nog, na de film ben je een ander mens. Met meer aandacht voor de wereld en de mensen om je heen.

Hoe toepasselijk, want dat laatste is in de film ook de drijfveer van de Franse Marie-Lou, die bij het Parijse verzorgingstehuis waar zij de baas is een nieuwe behandelmethode probeert te introduceren. Eentje waarin meer aandacht is voor de dementerende patiënten. Niet iedereen bij het tehuis is het met haar arbeidsintensieve aanpak eens en Marie-Lou ondervindt dan ook veel tegenwerking van de geldschieters en de werkvloer.

Er zitten wel degelijk sensuele momenten in de film. Wanneer Marie-Lou Mari’s voeten masseert bijvoorbeeld.

Tao Okamoto
Virginie Efira (Marie-Lou) en Tao Okamoto (Mari) en in All of a Sudden
Virginie Efira (Marie-Lou) en Tao Okamoto (Mari) en in All of a Sudden
© September Film

Even lijkt All of a Sudden een politiek drama te worden, maar dan ontmoet Marie-Lou tijdens een theatervoorstelling de Japanse Mari, die in haar stuk dezelfde nadruk legt op contact maken en de tijd nemen. Na de voorstelling lopen Marie-Lou en Mari samen urenlang langs de Seine, gaan dan midden in de nacht naar Marie-Lou’s verzorgingstehuis, waar ze tot de volgende ochtend blijven doorpraten over alles waar ze het altijd al over wilden hebben.

Er zijn veel (technische) redenen waarom deze fantastische vrouwenvriendschap blijft boeien. Van de intelligente dialogen tot de soepele montage, en van spannende cameravoering tot de kalme, respectvolle regie. Maar de belangrijkste reden zijn de actrices die de twee Mariekes spelen: Virginie Efira (Marie-Lou) en Tao Okamoto (Mari).

De actrices zullen in Cannes samen de prijs voor beste vrouwelijke acteerprestatie krijgen, maar dat weten we nog niet wanneer we ze daags na de wereldpremière spreken.

Door deze film is mijn blik op de wereld een beetje veranderd. Was dat voor jullie, door te spelen in de film, ook zo?
Virginie Efira: ‘Ja. Maar het was meer een fysieke dan een intellectuele ervaring. Ik bedoel, het is niet zo dat ik door de film ineens denk: het is geweldig om tolerant te zijn of meer aandacht te hebben voor de ander. Maar deze film laat het je echt voelen en beleven. En dat is iets onvergetelijks, dat draag je altijd met je mee.’

Tao Okamoto: ‘Tijdens het draaien gebeurde er iets wat mijn leven veranderde. Ik was namelijk iemand die altijd alles van mijn personage wilde weten. Ik stelde Hamaguchi-san dan ook heel veel vragen. En dat vond hij niet fijn! Tegen het einde van de opnamen, toen ik hem weer allerlei vragen stelde, zei hij tegen me: “Houd toch eens op met al die vragen. Begin er gewoon aan en dan zien we wel waar het naartoe gaat.” Dat advies resoneert nog steeds in mij. Niet alleen als acteur, ook als mens. Telkens wanneer ik ergens tegenaan loop of onzeker over ben denk ik aan zijn woorden, en dat geeft me dan de moed om in het diepe te springen.’

Virginie Efira (Marie-Lou) met een van haar patiënten in All of a Sudden
© September Film

Hoe zouden jullie omschrijven wat er tussen de twee Maries ontstaat?
Efira: ‘Dat sluit mooi aan op waar we het net over hadden. Het idee van in het moment zijn, opgaan in iets en jezelf er volledig in durven verliezen. Alles in hun ontmoeting gaat heel snel en tegelijkertijd ook heel traag. In de gesprekken die ze voeren komt er iets los. Het zijn twee zielen die met elkaar in contact komen en op de een of andere manier wederzijds steun vinden.’

Het was voor mij alsof de regisseur de relatie vooral platonisch wilde houden…
Efira: ‘Niet voor mij! Ik vond hun gesprekken heel erotisch. Ik denk, nu ik de hele film heb gezien, dat je wel gelijk hebt, maar toen we klaar waren met de opnamen zei ik tegen Ryūsuke: “Volgens mij hebben we een dijk van een lesbische film gemaakt.” Hij zei dat dat niet per se de bedoeling was, maar dat ik volledig vrij was om dat te denken.’

Okamoto: ‘Wanneer je iemand pas leert kennen en je voelt meteen een verwantschap, dan is dat eerste gevoel ook vaak romantisch. Later kan dat dan vriendschap worden, maar in die eerste momenten zit altijd iets van opwinding. En er zitten natuurlijk wel degelijk sensuele momenten in de film. Wanneer Marie-Lou Mari’s voeten masseert bijvoorbeeld. Of wanneer Marie-Lou uitlegt hoe ze de patiënten behandelt. Hoe ze eerst een schouder aanraakt en pas als laatste hun gezicht, omdat een gezicht zo gevoelig is. Al die scènes zijn heel breekbaar, en daar voelde ik toch wel de spanning tussen ons [Okamoto kijkt Efira aan, red.]. Dat was bijna magisch en ging voorbij alle woorden.’

Er wordt veel gesproken in de film, maar dat blijft altijd fris. Op een gegeven moment praten Marie-Lou en Mari zelfs met elkaar via kleine poppetjes die ze op hun vinger hebben gedaan.
Efira: ‘Weet je? Dat we dat zouden gaan doen hoorden we pas op de set. Over in het diepe springen gesproken! En ik kan je verzekeren dat het niet makkelijk is om al die teksten te doen als je de woorden alleen maar kan benadrukken met een paar kleine bewegingen van je handen. Maar ik hou echt van die scène.’

Okamoto: ‘Ik ook!’