Tom Cruise verrast als lompe oliebaron in slimme satire Digger
Ambitieuze komedie van de maker van Birdman en The Revenant

Digger, de nieuwe film van Alejandro G. Iñárritu, zit zeldzaam dicht op de hysterische tijdgeest. Met in de hoofdrol Tom Cruise als de machtigste man op aarde.
Hoe steek je nog de draak met een wereld die inmiddels aanvoelt als één grote klucht? Zijn leiders als Trump, Musk, Milei en al die andere clowns überhaupt nog uit te vergroten? En wat heeft zoiets eigenlijk voor zin? Digger, de verrassend gelaagde nieuwe film van Mexicaan Alejandro G. Iñárritu (Birdman, The Revenant), roept dit soort vragen op en probeert ze tevens te beantwoorden. De film is een tamelijk platte satire én intelligente meta-satire ineen.
Hoofdpersoon Digger Rockwell (Tom Cruise met veel schmink, cowboyhoed en southern drawl) is een van de rijkste en machtigste mannen ter wereld. Als oliebaron heeft hij nauwe banden met de Amerikaanse president (John Goodman), al net zo’n onbehouwen malloot. Als Rockwell met een boorproject op Groenland een ongekende natuurramp veroorzaakt, probeert hij daar samen met de president een handige pr-draai aan te geven.
Als politieke satire staat Digger in de traditie van Dr. Strangelove, Don’t Look Up en zelfs de melige cultkomedie Idiocracy. Met wrange grappen die afwisselend raak en wat flauw zijn, en een toon die aansluit bij het hysterische heden. Van meet af aan heeft de film echter ook iets bevreemdends, iets surreëels, dat verraadt dat hier geen doorsnee komedieregisseur aan het werk is. Net wanneer het allemaal wat vermoeiend wordt, komt Iñárritu met een onvoorziene (maar ook al subtiel aangekondigde) wending. Noem het een gimmick, maar het verhaal wordt spontaan naar een hoger niveau getild.

Welbeschouwd is Digger een erg ambitieuze film. Iñárritu wil veel: sociale kritiek leveren, de klimaatcrisis belichten, reflecteren op de menselijke ziel en de functie van kunst. Misschien overtilt hij zich enigszins, en beroert hij meer het hoofd dan het hart (tot de indringende slotscène althans). Maar wat is het heerlijk om een cineast zo hoog te zien mikken.
En niet alleen inhoudelijk. Ook op technisch vlak is alles zeer inventief uitgewerkt: de decors, de choreografie, het camerawerk van vaste medewerker Emmanuel Lubezki. En de cast, vol fijne karakteracteurs, wordt aangevoerd door een uitstekende Cruise. Zijn geschmier in de trailer kon nog wat twijfel oproepen, maar het is een verraderlijk complexe rol, en in de beste scènes (zoals een tien minuten durende monoloog in een onstuimig parlement) evenaart hij zijn bejubelde optreden in Magnolia.
Met z’n ongewone opzet en confronterende thematiek zal Digger de meningen geheid verdelen. Maar dit is een film die zeldzaam dicht op de knotsgekke tijdgeest zit, zoals vorig jaar One Battle After Another. Een vurige oproep tot bezinning.
