Dramaserie Pro Deo over het werk van sociaal advocaten: 'Al die schrijnende verhalen'

Interview met scenarist Lex Passchier

  • Cecile Elffers

Pro Deo is een nieuwe Nederlandse dramaserie over een sociaal advocatenbureau en kreeg nog voor zijn release drie Gouden Kalfnominaties. Scenarioschrijver Lex Passchier: ‘Je kunt ook een baan op de Zuidas nemen, maar dat doen deze advocaten niet.’

‘Komt goed’, zo luidt het mantra van sociaal advocaat Alex (Tjitske Reidinga) en haar collega’s. Alex runt het kleine bureau Sterkenburg Advocaten, samen met medeadvocaten Henry (Anne Prakke) en Layla (Madina Rashidi), plus officemanager Jacqueline (Annet Malherbe). Al komt het soms ook níet goed binnen dit kantoor, waar ze met hart en ziel cliënten helpen die vaak de wanhoop nabij zijn. Zelf heeft ieder hoofdpersonage ook zo zijn of haar eigen problemen en geheimen. Bovendien lekt het pand waar ze allemaal tot in de late uurtjes werken. Maar: komt goed.

Met Pro Deo (BNNVara) heeft Nederland eindelijk weer eens een echte advocatenserie. De in Den Haag opgenomen reeks, geregisseerd door Will Koopman en Norbert ter Hall en geschreven door Lex Passchier, Ilse Ott en Janneke Rinzema, werd nog voor de eerste uitzending opgemerkt door de jury van het Nederlands Film Festival. Die nomineerde Pro Deo in de afdeling series voor beste scenario, Tjitske Reidinga voor beste hoofdrol en Brandon River Coene voor beste bijrol. De nominaties werden niet verzilverd, maar vormen toch alvast een fijn zetje in de rug voor Pro Deo – in het juryrapport schreef het NFF: ‘Het overkoepelende thema laat zich samenvatten in één zin: soms win je, soms verlies je. Dit bitterzoete gegeven komt prachtig tot uiting in de ontknoping, met daarin een heuse cliffhanger voor – hopelijk – een nieuw seizoen.’

Tjitske Reidinga als sociaal advocaat Alex en Brandon River Coene als cliënt Dylan
© BNNVARA

Pleidooi

Aan dat nieuwe seizoen wordt al voorzichtig gewerkt, vertelt scenarioschrijver Lex Passchier (1976), al is er nog niets toegezegd. Maar die cliffhanger kwam er uiteraard niet voor niets. We spreken Passchier via een videoverbinding in zijn thuiskantoor, achter hem rijst een indrukwekkend volle boekenkast op. Passchier werkte al 25 jaar samen met regisseur Will Koopman, onder andere aan het succesvolle Oogappels. Zij was het ook die hem Pro Deo voorlegde. Lex Passchier: ‘Will vroeg of ik erbij kwam. Ze vond dat dit er moest komen, een serie over de sociale advocatuur. Niet om er een maatschappelijk pamflet van te maken, maar omdat die verhalen belangrijk zijn om te vertellen – en zich gewoon heel erg goed lenen voor drama. Dat bleek ook wel toen wij gingen researchen en met sociaal advocaten gingen praten. Het begint al met die advocaten zelf: waarom willen ze dit werk doen? Want het gaat gepaard met hoge werkdruk en een laag salaris. Je kunt ook een baan op de Zuidas nemen, maar dat doen deze advocaten niet en ze hebben daar allemaal een reden voor. Dat is al heel interessant, maar dan zijn er natuurlijk nog de verhalen van hun cliënten: al die schrijnende gevallen die van het kastje naar de muur worden gestuurd. Het zijn toch vaak de kwetsbaarste mensen van onze samenleving die niet de middelen hebben om verdedigd te worden.’

Bij onze research op een sociaal advocatenbureau dacht ik vaak: hoe is het in godsnaam mogelijk! Al die schrijnende verhalen

Lex Passchier
scenarioschrijver

Voor Pro Deo heeft Lex Passchier zich vanzelfsprekend ook laten inspireren door Pleidooi, de succesvolle advocatenserie uit de jaren negentig van Maria Goos. Passchier: ‘In mijn studententijd was Pleidooi het walhalla: beter Nederlands drama bestond er niet. Ik heb alle seizoenen teruggekeken toen we aan Pro Deo begonnen en ik vind het nog steeds steengoed. Een andere belangrijke inspiratiebron was The Practice: een ontzettend goede Amerikaanse serie over een sociaal advocatenkantoor, ik was daar ik echt verslaafd aan. Recentere inspiratie komt van ziekenhuisserie The Pitt. Dat vind ik zo krankzinnig goed geschreven: je zit binnen drie zinnen in de situatie en binnen zes zinnen zit je in een dilemma, echt reteknap gedaan. En niet dat wij pretenderen ook maar in de buurt van The Pitt te komen, maar het gaat wel om dezelfde soort van dynamiek. Onze ambitie is om bij iedere zaak meteen tot het hart van het drama en het hart van het dilemma door te dringen.’

Vrouwelijke blik

Waar Passchier bij Oogappels het scenario schreef samen met Roos Ouwehand, vormde hij nu een team met Ilse Ott en Janneke Rinzema. ‘Ik heb Janneke ontmoet op een soort speeddatemiddag van de NPO, waar ervaren schrijvers aan beginnende schrijvers werden gekoppeld. Ilse had juist al meerdere scenario’s geschreven toen we aan Pro Deo begonnen. Ik vind het sowieso altijd leuk om nieuwe samenwerkingen aan te gaan en op zoek te gaan naar nieuwe stemmen. En ik vond het vrouwelijk perspectief dat Ilse en Janneke meebrachten ook ontzettend belangrijk. Alex Sterkenburg, het door Tjitske gespeelde hoofdpersonage, is natuurlijk een vrouw, dus was het gewoon heel fijn dat zij vanuit een vrouwelijke blik meekeken en meeschreven.’

Annet Malherbe als offi cemanager Jacqueline en Madina Rashidi als advocaat Layla
© BNNVARA

Om de praktijk in de vingers te krijgen, keken de makers van Pro Deo mee met sociaal advocatenbureau Meesters aan de Maas in Rotterdam. ‘We wisten dat we dit goed wilden doen, in die zin dat het klopt. Want dit is niet een onderwerp waarover je sprookjes kunt vertellen. Je loopt gewoon tegen een heleboel regels en onmogelijkheden aan. Maar ook juist mogelijkheden, omdat het in de sociale advocatuur stikt van de verhalen die dramatisch interessant zijn. Soms schoven we aan bij de lunchtafel van Meesters aan de Maas om die verhalen te horen, maar we zijn ook mee geweest naar zittingen. Vervolgens moet je wat dramatisch werkt en wat juridisch klopt met elkaar in balans brengen.’

Schuring is drama: je wilt dus niet dat dat advocatenteam functioneert

Lex Passchier
scenarioschrijver

Sociaal advocaat Hein Vogel hield het scenario daarom regelmatig tegen het licht voor de schrijvers, legt Passchier uit. ‘Hein kreeg de definitieve versies van de scripts, en dan kwam hij met dingen als: maar in deze situatie ga je niet staan in de rechtbank, je blijft zitten. Of: dit zou een advocaat nooit zeggen, die zou het zo zeggen. Dus zo heeft hij nog allerlei dingen aangescherpt, heel fijn. Hij heeft nu de eerste twee afleveringen gezien en hij was razend enthousiast. Er was sowieso een hele delegatie sociaal advocaten bij de première, die het allemaal heel authentiek vonden. Tegelijkertijd weten ze ook dat het een dramaserie is, en dat het dus soms niet helemaal naar de werkelijkheid is. Je ziet bijvoorbeeld niet vaak een kantoor waar alles lekt en dat diep in de financiële problemen zit. Maar dat is dan weer omdat wij er drama van maken. Wanneer wij aanliepen tegen dingen waarvan we dachten: kan dit wel, en Hein zei: nou, het komt niet vaak voor, maar het zou wel kunnen – dan was het voor ons genoeg om het toch te doen. Dus we hebben die grenzen ook wel opgezocht, omdat we toch in de eerste plaats een dramaserie maken.’

Kantoorfamilie

Het drama zit ook in de advocaten zelf, zegt Passchier: ‘Je kijkt bij het schrijven je hoofdpersonages altijd naar de vraag hoe je tussen die mensen de meeste conflicten kan laten ontstaan. Schuring is drama: je wilt niet dat dat advocatenteam functioneert, dat zou heel saai zijn. Dus is Henry meer van de harde lijn, van dit zijn de regels en zo doen we dat. Terwijl Alex van de emotie is. De constellatie van karakters moet zo zijn dat je er maar een balletje in hoeft te gooien om het naar alle kanten te laten ketsen. Layla is dan weer erg onzeker over zichzelf, zij komt net kijken in dat vak. En Jacq is als een moeder voor die familie. We wilden ook een echt kantoorfamilie: deze mensen leiden allemaal een bestaan dat heel erg om dat kantoor draait, daarbuiten is er niet veel.’

Anne Prakke als advocaat Henry en Bert Luppes als cliënt Louis
© BNNVARA

Om sociaal advocaat te kunnen zijn moet je een enorme drive hebben, maar ook een dikke huid, ziet Passchier: ‘Je moet bevlogen zijn, maar je moet er ook tegen kunnen, tegen al die schrijnende verhalen die je tegenkomt. Ik dacht vaak: hoe is het in godsnaam mogelijk! Zoals het verhaal van een jonge vrouw die tijdens de zwangerschap complicaties heeft opgelopen waardoor ze niet meer kan werken, maar de arts van het UWV zegt dat ze gewoon voor 50 procent aan het werk kan. Ik word al gek als ik alleen al zo’n verhaal hoor, kun je nagaan hoe het is voor mensen die in zelf zo’n situatie zitten en wiens dagelijks leven daardoor wordt bepaald. Door die verhalen uit de praktijk ging er echt een wereld voor ons open. Het was allemaal nog vele malen intenser dan we al dachten.’

Als kijkers van de serie zich geroepen voelen om ook sociaal advocaat te worden, zou dat mooi zijn, zegt Passchier. ‘Het grootste probleem van de huidige groep sociaal advocaten is dat bijna een derde binnen nu en tien jaar met pensioen gaat, terwijl er nauwelijks nieuwe aanwas is. En nu is er afgelopen Prinsjesdag jaarlijks tien miljoen extra toegezegd, maar dat is gewoon veel te weinig; je moet ook mensen opleiden. Dus als wij op deze manier kunnen laten zien hoe mooi en hoe belangrijk dit vak is, dan zou dat fantastisch zijn. Maar dat is natuurlijk niet de reden waarom we het maken. Als we ons daarop zouden blindstaren, dan zou je heel vervelend drama krijgen. Dan wordt het een wervingscampagne in plaats van een dramaserie. Het zou een prachtige bijvangst zijn, natuurlijk, maar ik hoop vooral dat kijkers geraakt worden door de echtheid van de serie. En dat is nou wat er zo ontzettend fijn is aan het werken met Will: dat staat bij haar ook voorop in hoe ze regisseert, dat het altijd echt is. Dat is iets wat ik niet altijd zie in Nederlands drama. Ik denk zo vaak: ja, maar ik geloof dit helemaal niet. Dit is niet hoe het is, of zo. En het is moeilijk uit te leggen waar dat in zit, hoe je die waarachtigheid – en daarmee emotionele betrokkenheid – creëert. Maar ik hoop echt dat kijkers bij Pro Deo denken: ik móét verder kijken. Al is het maar om te weten hoe het met deze mensen verdergaat.’