Droogkomisch drieluik over moeizame relaties tussen volwassen kinderen en hun ouders
Father Mother Sister Brother van Jim Jarmusch in de bioscoop
In het komische familiedrama Father Mother Sister Brother spelen actrices Charlotte Rampling en Vicky Krieps een dominante moeder en haar wilde dochter. Het bleek voor beiden therapeutisch te werken. Rampling: ‘Ik wist niet hoe je met mensen moet communiceren.’
Father Mother Sister Brother, de nieuwe film van de Amerikaanse indieregisseur Jim Jarmusch, is een heerlijk, droogkomisch drieluik over de vaak moeizame relaties tussen volwassen kinderen en hun ouders. De drie verhalen spelen zich af in respectievelijk Amerika, Dublin en Parijs, maar hebben eigenlijk niets met elkaar te maken. De enige gemene deler is hoe weinig kinderen eigenlijk over hun ouders weten of willen weten.
In deel twee bezoeken zussen Timothea en Lilith eens in de zoveel tijd hun dominante moeder in Dublin. De onderlinge afspraak is al jaren dat de brave Timothea en de wilde Lilith dan netjes gaan opzitten, in de hoop zo aan de passief-agressieve adviezen van hun moeder te kunnen ontsnappen. Maar dat blijkt deze keer nog niet zo gemakkelijk.
Op het festival van Venetië, waar Father Mother Sister Brother vorig jaar september de Gouden Leeuw won, spraken we met de actrices Vicky Krieps (Lilith) en Charlotte Rampling (moeder). Het werd een openhartig gesprek over onzekerheid, onbegrip en familie.
De wilde, eigenzinnige Lilith is het buitenbeentje van het gezin. Is dat iets wat jullie herkennen?
Vicky Krieps: ‘Bij mij was het juist het tegenovergestelde. Mijn ouders waren wild en ik moest daar dan mee dealen. Ik verdween toen vaak in het bos, op zoek naar rust en vrede. Pas nu ik de film heb gezien begrijp ik ze beter. En ik besef dat ze me destijds een enorm geschenk hebben gegeven. Ja, ze waren wild en hadden hun fouten, maar ze hebben me ook nooit iets opgelegd. Ze hebben me altijd volledig vrij gelaten. Ik mocht zijn wie ik was.’
Charlotte Rampling: ‘Ze hebben haar nooit willen bezitten, wat mijn ouders bij mij wel wilden. Misschien dat ik het daarom zo moeilijk vond om met ze te praten. Ik heb heel lang zo goed als niets tegen ze gezegd. En niet alleen tegen mijn ouders niet, als kind sprak ik vrijwel met niemand. Want ik wist niet hoe je met mensen moet communiceren. Hoe je veilig kan zijn wanneer je woorden gebruikt. Toen ik ging acteren [de tachtigjarige Rampling acteert al zes decennia, red.] wilde ik eigenlijk nog steeds niet praten. Ik acteerde vooral om een plek te hebben waar ik emotioneel vrij kon zijn. Daarom koos ik ook rollen in films die me uitdaagden, dan moest ik wel communiceren. Zo werd cinema mijn safe place.’
Krieps: ‘Dat geldt voor mij net zo!’
Rampling: ‘Haha. We zijn familie. En niet alleen even op de set, als onderdeel van de filmfamilie van Jim [Jarmusch, regisseur, red.], maar als je elkaar echt begrijpt en bevriend raakt, word je in zekere zin ook elkaars familie.’
Jij herkent de moeite met communiceren van Charlotte?
Krieps: ‘Absoluut. Toen ik nog een kind was wantrouwde ik altijd wat anderen tegen me zeiden. Ik was ervan overtuigd dat tachtig procent een leugen was of een manier om iets van me gedaan te krijgen.’
Rampling: ‘Volgens mij hebben veel kinderen dat. En niet alleen kinderen. Kijk maar naar de wereld waarin we nu leven. Wat een chaos! Omdat we niet weten hoe we moeten communiceren.’
Krieps: ‘Maar mensen als Jim weten ons uit het bos te lokken of waar we ons dan ook verstopt hebben.’
Dat bos is een metafoor, toch…?
Krieps: ‘Ja, dat is een Duitse uitdrukking. Als ik als kind in de klas weer aan het wegdromen was, zei de juf altijd: “Vicky, bist du wieder im Wald?” En meestal zat ik daar ook, want ik vind het in mijn fantasie veel veiliger dan in de echte wereld. De echte wereld is veel te moeilijk voor mij. Zelfs van een bezoekje aan de bakker breekt het klamme zweet me al uit.’
Omdat je bang bent voor de reacties van andere mensen?
Krieps: ‘Omdat ze nooit oprecht reageren. Ze vragen aan me hoe het gaat en terwijl ik daar nog over aan het nadenken ben zijn ze allang weer verder. De mensen achter me worden onrustig en beginnen te dringen. Iedereen kijkt naar mij. Ik ben inmiddels vuurrood, omdat ik besef dat ik blijkbaar veel te veel tijd in beslag neem. En dan moet ik ook nog kiezen welk brood ik wil… Ik weet gewoon dat iedereen zich dan aan me zit te ergeren. Herken je dat?’
In de onsterfelijke woorden van jullie collega Tony Curtis: “Fuck ’em and feed ’em fish.” Wat maakt het uit wat andere mensen van je vinden?
Rampling: ‘Precies. Daar gaat ons verhaal in deze film ook over. Die twee zussen gaan telkens braaf naar hun moeder, bijna als een ritueel. Ze weten dat belangrijke onderwerpen nooit met hun moeder besproken kunnen worden, maar ook dat ze er wel voor elkaar zijn. Al zeggen ze niet veel, allebei weten ze: je bent er als ik je nodig hebt.’