Oscarwinnaar Marty (1955) is de ultieme 'sleeper hit'

Klassieker op Prime Video en Apple TV

Betsy Blair en Ernest Borgnine in de film Marty (1955)
  • Rick de Gier

Het huis-tuin-en-keukendrama Marty was in 1955 een onverwachte hit en won onder meer vier Oscars en een Gouden Palm. De charmante hoofdrol van Ernest Borgnine staat nog als een huis.

Arme Marty. De New Yorker van Italiaanse komaf is al 34 en nog steeds niet aan de vrouw. Al zijn broers en zussen hebben een gezin, waarom hij nog niet? Iedereen spreekt hem erop aan: zijn klanten in de slagerij, zijn strenge tante, zijn moeder thuis. Marty zelf heeft zich er min of meer bij neergelegd, hij is al vaak afgewezen en wil zich niet steeds laten kwetsen.

Op een zaterdagavond, als zijn moeder hem weer op de huid zit, trekt hij om van het gezeur af te zijn nog maar eens naar de lokale danszaal. Daar valt zijn oog op een vrouw van ongeveer zijn leeftijd, die net zo’n eenzame indruk wekt als hijzelf. Zou deze Clara, een lerares die ook nog bij haar ouders woont, dan alsnog een geschikte partner kunnen zijn?

Het Amerikaanse drama Marty (1955) staat bekend als een ultieme sleeper hit: de film heeft een minimale plot, kostte weinig en werd geregisseerd door een debutant (Delbert Mann), maar won tot ieders verbazing een hele rits prijzen, waaronder vier Oscars en de Gouden Palm in Cannes.

In hoeverre is dat zeventig jaar na dato nog voorstelbaar? Het centrale gegeven – een vrijgezel van 34: schandalig! – vraagt van moderne kijkers wel wat inlevingsvermogen. Marty en Clara worden door hun omgeving soms schrikbarend bot behandeld. Maar in grote lijnen blijft Marty een erg charmante film. Dat is bovenal te danken aan de hoofdrol van Ernest Borgnine, die met zijn robuuste kop eerder vooral schurken speelde, maar hier volledig overtuigt als oprechte, innemende goedzak. En actrice Betsy Blair zet ook Clara levensecht neer: bleu en gekwetst, met een subtiel feministisch randje.

Het scenario van Paddy Chayefsky (later verantwoordelijk voor de hit Network) heeft een hoog huis-tuin-en-keukengehalte, allicht beïnvloed door het Italiaanse neorealisme. De dialogen zijn soms wel erg nadrukkelijk ‘gewoontjes’, maar leveren ook veel mooie authentieke momenten op. Het geheel voelt verwant aan twee andere Hollywoodklassiekers uit hetzelfde jaar: Douglas Sirks All That Heaven Allows en Nicholas Ray’s Rebel Without a Cause. Maar van deze drie heeft Marty de tand des tijds misschien het beste doorstaan. Zie de scène waarin de hoofdpersoon uitroept: ‘Ma, laat me met rust!’ Die is minder beroemd dan James Deans iconische leus ‘You’re tearing me apart!’, maar komt wel natuurlijker over.