Regisseur Maroesja Perizonius spreekt medeslachtoffers én daders in 'Generatie Bhagwan'

Interview met documentairemaker Maroesja Perizonius

Foto van een jonge Maroesja Perizonius
  • Cecile Elffers

Documentairemaker Maroesja Perizonius (1971), deels opgegroeid in Bhagwancommunes, maakte al eerder een documentaire en een boek over wat haar binnen deze sekte is aangedaan. In Generatie Bhagwan trekt ze het breder: ze laat zien hoe systematisch en wijdverspreid het seksueel misbruik plaatsvond binnen de Bhagwan. ‘Je komt niet meer weg met: “Het was een andere tijd”.’

‘Kunnen we even pauzeren? Sorry. Ik ben zo terug,’ zegt Maroesja Perizonius. En ze loopt aangedaan de kamer uit waar ze de Amerikaanse oud-Bhagwanvolgeling Toby interviewt. Hij vertelt haar in deze aangrijpende scène, op driekwart van Perizonius’ documentaire Generatie Bhagwan (KRO-NCRV), over de geseksualiseerde sfeer binnen de Bhagwansekte in de jaren tachtig. En dat hij als 32-jarige sliep met een 16-jarig meisje, maar daar spijt van kreeg. Toby verdedigt zich door te zeggen dat de Bhagwankinderen ‘zeer agressief flirtten’, dat de meisjes er zodra hun puberteit begon aan de anticonceptie werden gezet. Dat is het moment dat Perizonius breekt.

Zelf werd de regisseur vanaf haar dertiende door meerdere volwassenen misbruikt binnen de Bhagwan (tegenwoordig bekend als de Osho-beweging): de wereldwijde sekte van de Indiase goeroe Bhagwan Shree Rajneesh waar haar moeder bij was gegaan, en waar de kinderen ‘van iedereen’ waren. Toen ze, zonder haar moeder, naar de Britse kindercommune Medina werd gestuurd, werd haar moeder gevraagd een formulier te tekenen om de jonge Maroesja anticonceptie te geven.

Toen ik Wild Wild Country zag, dacht ik: het kan niet dat déze serie de definitieve geschiedenis over de Bhagwan wordt

Maroesja Perizonius

In de voice-over van de documentaire zegt Perizonius: ‘Ik worstel nog steeds met het trauma wanneer ik terugdenk aan de constante druk van mannen om seks te hebben. Van ons werd verwacht dat we “sappig” waren en dat we overal “ja” op zeiden.’

‘Zeg gewoon ja, wees niet negatief, wees grenzeloos, laten we onze energie delen…’ Het zijn dit soort spiritueel getinte, ‘bevrijdende’ teksten waarmee het misbruik werd gefaciliteerd en toegedekt, legt Maroesja Perizonius (1971) uit. En die terminologie maakt haar ronduit woedend. Perizonius slaat in Generatie Bhagwan een andere toon aan dan in haar over hetzelfde thema handelende debuutdocumentaire Communekind (2004) en haar boek De droom van mijn moeder (2006). Die twee projecten concentreerden zich meer op haar eigen geschiedenis met de Bhagwan en de relatie met haar moeder, in haar documentaire Generatie Bhagwan (internationale titel Children of the Cult) toont ze aan hoe grootschalig, systematisch en wereldwijd verspreid seksueel (kinder)misbruik binnen de bekende rodeklerensekte was. Én ze confronteert daders: via heel directe vragen, soms zelfs onverschrokken de achtervolging inzettend. De VPRO Gids videobelt met de regisseur.

Foto van Maroesja Perizonius
Maroesja Perizonius
© Maroesja Perizonius

Na je documentaire Communekind (2004) en boek De droom van mijn moeder (2006) dacht je wel klaar te zijn met het verwerken van je jeugd bij de Bhagwansekte. Nu, met Generatie Bhagwan, heb je juist een grote, internationale documentaire aan het misbruik binnen de Bhagwan gewijd. Waarom?
‘In 2018 kwam de succesvolle documentaireserie Wild Wild Country uit op Netflix, over de Bhagwancommune in Oregon in de VS. Ik werd daar compleet door overvallen, ineens zag ik de trailer verschijnen. En toen ben ik hem gaan bingen met een vriendin die ook is opgegroeid bij de Bhagwan. Als maker vond ik het heel goed gedaan, het is een fantastische serie; echt een aanrader, waar je helemaal in wordt gezogen. Maar Wild Wild Country focust op de Bhagwantop en belicht voornamelijk de corruptie, de financiële misdaden. Het gaat niet over wat er daar gebeurde met de kinderen. Ik was op dat moment toevallig ook net in contact gekomen met een Britse die een boek schreef over haar jeugd bij de Bhagwan; zij benaderde me voor research, en we raakten bevriend. Toen ontdekte ik dat er in besloten Facebookgroepen allerlei verhalen over kindermisbruik bij de Bhagwan naar buiten kwamen. En de aanleiding daarvoor was Wild Wild Country: slachtoffers waren boos dat de filmmakers op geen enkele manier op dat onderwerp ingingen. Dat snapte ik, ik dacht zelf ook: het kan niet zo zijn dat déze serie de definitieve geschiedenis over de Bhagwan wordt. En ik besloot: als niemand er iets over gaat maken, dan doe ik het. Want dit moet gewoon verteld worden, het verhaal is niet compleet op deze manier. Dus deze documentaire is mijn antwoord op Wild Wild Country.’

Je roept in je film daders ter verantwoording: telefonisch en per mail, maar ook in levenden lijve. Hoe was het om hen zo direct te confronteren?
‘Ik hou er niet per se van, mensen zo met de camera overvallen. Dat truecrime-achtige is niet mijn stijl, ik maak liever documentaires die wat filmischer zijn. Op voice-overs ben ik ook niet dol, maar ik zat met zoveel informatie, het ging gewoon niet anders. De vorm van de film is zo geworden door hoe het onderwerp in elkaar steekt. En wat die confrontaties betreft: de tijd om zachtzinnig om te gaan met seksueel misbruik is nu gewoon voorbij. Je komt niet meer weg met: “Het was een andere tijd”. Twintig jaar geleden was ik een van de weinigen die überhaupt iets zei over wat er bij de Bhagwan met kinderen gebeurde. Daardoor heb ik me destijds misschien ook wel ingedekt, ik formuleerde voorzichtiger dan nu. In mijn eerste film Communekind heb ik het over maar één dader gehad. De focus was echt het gesprek met mijn moeder en de vraag: wie draagt hier de verantwoordelijkheid? Mijn moeder gebruikte toen de woorden: “Ik trof jou met iemand in bed aan”, heel omfloerst. Het woord verkrachting heb ik toen zelf niet in de mond genomen, dat vond ik ook niet nodig; de situatie was wat mij betreft duidelijk. Maar nu is het twintig jaar later: we hebben natuurlijk #MeToo gehad, ik ben ouder – en in de tussentijd heeft niemand ook maar enige verantwoordelijkheid opgepakt. Dus nu vind ik het tijd om het wat steviger te brengen dan de eerste keer. Ik kreeg destijds ook allemaal reacties van Nederlandse oud-Bhagwanleden die zeiden: “Wat ben jij zuur, overdrijf je niet een beetje? Is deze film niet een beetje zuur?” Veel mensen uit de Bhagwan hebben ook níet deze ervaring gehad – en de mensen die dat wel hadden, leken er op dat moment niet klaar voor om er iets mee te doen.’

In Generatie Bhagwan horen we slachtoffers, zowel kinderen als volwassenen, maar dus ook daders en medeplichtigen. Onder wie een man van wie jij zelf slachtoffer bent geweest. Hoe was dat?
‘Dat vond ik enger dan met de andere daders, want ineens ging het om mij. Dat vind ik ongemakkelijk, ik hoef dat eigenlijk niet; ik blijf altijd graag achter de camera en wil liever helemaal niet in beeld. Maar nu moest het natuurlijk wel. Want ik had deze film nooit als buitenstaander kunnen maken, het is belangrijk dat je als kijker ziet en weet dat ik het zelf heb meegemaakt. Mijn dader wilde niet praten, maar wel mailen. En op zich schreef hij iets terug dat me goed deed. Want hij was het niet vergeten, en hij schreef: “Ik vind het heel erg dat dat gebeurd is.” Andere daders van andere hoofdpersonen in de film hebben echt niet zo ruiterlijk toegegeven wat ze gedaan hebben. Die zijn gaan draaien: “Maar jij was verliefd op mij, jij verleidde mij, jij wilde het.” Alles om zichzelf maar vrij te pleiten. Dat deed mijn dader in principe niet, en ik hoop echt dat niet alleen ikzelf maar ook andere slachtoffers daar iets aan zullen hebben. Wel vind ik het jammer dat hij wat er is gebeurd “onze interactie” noemde. Een ontzettend rare term.’

Ik geloof niet in wraak, maar wel in gerechtigheid. Ik voelde me daarom ook niet schuldig toen ik een dader thuis overviel met mijn camera

Wat hoop je dat Generatie Bhagwan voor effect heeft?
‘Voor de slachtoffers die aan het woord komen – naast veel vrouwen ook een man – zijn de opnames pittig geweest, maar uiteindelijk is er wel iets van hen allemaal afgevallen. De saamhorigheid en het gevoel dat we dit probleem samen aanpakken, dat was heel fijn. Maar er zijn nog steeds veel slachtoffers die denken dat zij de enige zijn die seksueel misbruikt is bij de Bhagwan, dat is vreselijk eenzaam. Na het zien van de documentaire zijn zij enorm opgelucht, dat is voor mij een van de redenen om deze film te maken. Daarnaast is seksueel misbruik helaas nog altijd een actueel thema in onze maatschappij. Een andere motivatie van me is dat de organisatie Bhagwan nog steeds gewoon bestaat, onder de nieuwe naam Osho. Op Instagram zie je regelmatig tegeltjeswijsheden langskomen van Osho en ze geven nog allerlei trainingen en retraites; het is een merk waar veel geld mee verdiend wordt, ook met de boeken bijvoorbeeld. Het is allemaal een beetje gemoderniseerd en mensen weten daardoor niet wat erachter zit: de Bhagwan dus, met een tsunami aan misbruikverhalen. Dat kunnen we gewoon niet laten voor wat het is. Ik vind ook dat er een fonds moet komen voor de slachtoffers, zodat zij compensatie kunnen krijgen. Zelf heb ik niet zo heel lang in de commune geleefd, ik was er relatief snel weer bovenop en ik ben heel gelukkig nu. Maar als je je hele jeugd daar hebt doorgebracht, dat gaat je echt niet in de koude kleren zitten. Voor deze slachtoffers is het heel moeilijk om daarna nog een beetje een oké leven te leiden. Het is zo belangrijk dat hier verantwoordelijkheid in genomen wordt. Ik geloof niet in wraak, maar wel in gerechtigheid. Ik voelde me daarom ook niet schuldig toen ik een van de daders thuis overviel met mijn camera. Hij heeft zoveel jonge meisjes misbruikt, het is niet onverdiend dat er dan iemand in je voortuin verhaal komt halen.’

Hoe is het nu tussen je moeder en jou? Hoe reageerde zij op Generatie Bhagwan?
‘Na de tijd in de Bhagwancommune hebben we altijd een ingewikkelde moeder-dochterrelatie gehad. Ze heeft nu alzheimer en kan de film niet meer begrijpen, maar ze heeft nog wel meegekregen dat ik eraan begon. Ze zei toen dat ze niet wist dat het probleem zo wijdverspreid was en ze vond het goed dat ik daar iets aan wilde doen. Maar door de alzheimer weet ze nu helemaal niks meer van de Bhagwan: als ik dat woord zeg, heeft ze geen idee wat ik bedoel. Dat ik die herinneringen nu in mijn eentje heb, dat voelt heel gek.’