In de eerste aflevering van de Nederlandse tragikomische serie Mocros zitten vijf ‘mocros’ in een auto, en geen van hen heeft een petje. Hoofdpersoon Souf (Sahil Amar Aïssa) merkt het gefrustreerd op. Hij heeft een pet nodig voor zijn filmauditie. Souf is aspirant-acteur en hoopt de rol van ‘spoeljongen’ te bemachtigen die, omdat het personage van Marokkaanse afkomst is, van de makers een petje heeft gekregen. Alleen zelf draagt hij zelden zo’n ding, en zijn vrienden eigenlijk ook niet.
Het missende hoofddeksel is een belangrijke spil in die eerste aflevering. Want niet alleen probeert Souf op een haast klassieke comedymanier zijn probleem zo op te lossen, dat het enkel tot meer problemen leidt. De pet, of het gebrek eraan, is ook een subtiele maar hartstikke effectieve manier van de serie om een hardnekkig voordeel over Marokkaanse Nederlanders op z’n kop te zetten, namelijk: ‘ze’ dragen niet allemaal petjes.
Mocros werd gecreëerd door hoofdrolspeler Amar Aïssa en Shariff Nasr, die de acht afleveringen heeft geregisseerd. De titel is uiteraard een speelse verwijzing naar series als Mocro Maffia, waarin de Marokkaans-Nederlandse hoofdpersonen vrijwel allemaal crimineel zijn. In Mocros daarentegen heeft niemand een band met de onderwereld en zijn de wapens die voorbijkomen, slechts rekwisieten voor een toneelstuk.
‘Bijna iedereen die de titel Mocros hoort, vraagt of het over “crimineeltjes” gaat’, zegt Amar Aïssa in het persbericht van BNNVara. ‘Grijze misdaadjournalisten kapitaliseren al jaren op het stigmatiseren van Marokkaanse Nederlanders. Onze titel is tegengas; we bepalen zelf wie we zijn.’
Vandaar dat Souf en zijn vrienden in Mocros iedere avond in de rotizaak hangen waar een van hen werkt, en daar braaf bananenmilkshakes wegwerken. Het belangrijkste probleem dat ze in de eerste paar afleveringen moeten aanpakken, is Souf helpen zijn droom om filmster te worden waar te maken zonder dat zijn nieuwsgierige zusje erachter komt. Soufs ouders denken dat hun zoon nog steeds studeert om vliegtuigbouwer te worden.
Naast de ‘vooroordelen’ kijkt Mocros namelijk ook op een humoristische manier naar de ‘verwachtingen’ waar jonge Marokkaanse Nederlanders tegenaan kunnen lopen. Als Soufs ouders ontdekken dat hij zijn studie heeft opgegeven om een acteercarrière na te jagen, zijn ze – zo anticipeert hij – vast teleurgesteld. Of, zoals een van Soufs vrienden droogjes opmerkt wanneer hij de twee lullige regels tekst oefent voor de spoeljongenauditie: ‘Fijn dat de migratie van onze ouders niet voor niets is geweest.’