De zoektocht naar de verdwenen basgitaar van Paul McCartney

'Paul McCartney en de vermiste bas' is te zien op NPO 2 en NPO Start

Zwart wit foto van Paul McCartney in 1964
  • Flip Vuijsje

Al meer dan vijftig jaar geleden verdween Paul McCartneys originele Höfner-basgitaar.

Dit mag hier meteen wel verklapt worden, want het was twee jaar geleden al gewoon in het nieuws: hij ís uiteindelijk teruggevonden. In zwaar bedenkelijke staat, dat wel, maar na restauratie weer goed genoeg om feestelijk getoond en bespeeld te worden in een concert van Paul McCartney in een volgepakte Londense O2 Arena. Meer dan vijftig jaar lang was hij toen zoek geweest, Pauls allereerste basgitaar: een Höfner 500/1, karakteristiek vioolvormig design, degelijk Beiers fabricaat.

McCartney, toen negentien jaar oud, kocht die Höfner in 1961 in een muziekwinkel in Hamburg. Samen met John Lennon en George Harrison speelde hij toen al drie jaar samen, en sinds een jaar onder de naam The Beatles. Maar nog steeds waren ze niet meer dan een marginaal rock-’n-roll-coverbandje uit het provinciale Liverpool, waarvoor in Engeland geen emplooi was maar gelukkig in West-Duitsland wel.

Ze waren toen nog niet ‘John, Paul, George en Ringo’, maar ‘John, Paul, George, Pete en Stu’. Pete was Pete Best, de drummer die zomer 1962 plotseling uit de band zou worden gezet om plaats te maken voor Ringo Starr, net toen de eerste single zou worden opgenomen. Stu was Stuart Sutcliffe, een kunstacademie-boezemvriend van John, die vreselijk slecht basgitaar speelde.

Maar een basgitarist was hoe dan ook onmisbaar in een beetje serieuze band. En toen Stu zomer 1961 vrijwillig uit The Beatles stapte, was dus meteen de vraag: wie van de drie overige gitaristen kreeg zijn rol? John en George wilden allebei niet. George was de echte gitaarvirtuoos, en John kon als oudste de baas spelen – ‘so that left me,’ zegt Paul berustend ruim zestig jaar later in Paul McCartney en de vermiste bas.

Van zes naar vier snaren was best een demotie: in de doorsneeband van toen had de basgitarist vanzelf het laagste aanzien. En Pauls wereldfaam als – samen met John – briljant songwriter moest toen nog komen. Maar hij besloot er juist iets van te gaan máken. In plaats van het monotone gedreun van de meeste basgitaristen, koos hij voor eigen, aanvullende melodielijnen. En wie nog eens luistert naar die eerste drie, vier Beatlesalbums, uit 1963 en 1964, voordat ze experimenteel en artistiek gingen doen, met een oeuvre van compacte, ogenschijnlijk simpele songs en met teksten die gewoon nog over meisjes en liefde gingen, die hoort hoe goed dit hem lukte. (Mooi voorbeeld: ‘All My Loving’.)

Maar najaar 1963 hadden The Beatles, intussen terug in hun eigen Engeland, hun eerste paar nummer 1-hits al in hun zak, en was er geld voor een tweede Höfner, nieuw en beter van kwaliteit. Die eerste was bovendien zwaar versleten, en bleef ook na restauratie alleen nog als reserve, om in maart 1972 spoorloos te verdwijnen.

McCartney wist op dat moment vrij precies hoe en wanneer dit was gebeurd. Maar toen in 2019 een voormalige Höfnerdirecteur een openbare, online-aangekondigde speurtocht begon naar die onder Beatlesfans intussen legendarisch geworden ‘lost bass’, was Paul dit weer grotendeels vergeten en kon dus zelf weinig informatie bijdragen.

Degene die Paul toen het nieuws van die verdwijning bracht, herinnert zich nog zijn reactie: ‘It’s all right, I’ve got another one.’ En dat valt achteraf ook wel te begrijpen. In 1972 waren The Beatles net twee jaar uit elkaar, met eindeloos veel ruzie en rancune, en voor Paul was die eerste basgitaar een relikwie uit een tijd die hij toen liefst zo ver mogelijk achter zich liet. Hij was net begonnen met zijn nieuwe band Wings, die in de jaren daarop een onwaarschijnlijk wereldsucces zou worden, dus hoezo treuren om zo’n oude Höfner?

Maar eind jaren negentig was ook Wings alweer lang verleden tijd, en besefte soloperformer en intussen Sir Paul McCartney meer en meer dat zijn nog altijd immens grote publiek van hem gewoon maar één ding wilde: die Beatlessongs van toen. En dus keerde zijn setlist terug naar de jaren zestig, wat daarna niet meer is veranderd, want hij was zelf ook klaar voor een herwaardering van die periode - de tijd van zijn eerste Höfner dus, die voor hem alsnog een sentimentele waarde kreeg.

Vandaar dat McCartney zelf zijn naam, goedkeuring en medewerking aan de speurtocht - waar steeds meer mensen aan mee gingen doen - verleende toen die in 2019 begon. hetzelfde deed hij met deze leuke documentaire, die niet alleen het verhaal vertelt van die eerste Beatlesgloriejaren en de rol daarin van die Höfner 500/1, en van die verdwijning in 1972. Maar ook van de inspanningen van de gepassioneerde fans en speurneuzen die uiteindelijk voor dat happy end gingen zorgen.