Docu over kunstenaar Emily Kam Kngwarray heeft oog voor de Aboriginal vrouwen van Australië

Emily: I Am Kam is te zien op NPO 2 en NPO Start

Emily Kam in 1994
  • Merel van Ommen

Inheems Australische kunstenaar Emily Kam Kngwarray begon pas laat met schilderen. Toch maakte ze van haar land in Centraal-Australië kunst die inmiddels overal ter wereld te zien is.

Wie voor de schilderijen van Emily Kam Kngwarray (circa 1914-1996) staat, ziet eerst een stortvloed aan stippen, strepen en lijnen in wit, zwart, roodbruin en oker. Pas daarna valt op dat ze niet alleen abstract zijn. Op haar doeken duiken plantenzaden op, de sporen van emoes in het zand en lijnen uit rituelen waarin vrouwenlichamen met verf worden beschilderd. Ook de kleuren van de grond van Alhalker Country keren steeds terug, de plek in Centraal-Australië waarmee Kngwarray haar hele leven verbonden bleef.

Dat haar werk zo sterk aan Alhalker Country vastzit, is niet vreemd. Kngwarray behoorde tot de Anmatyerr, een Aboriginal gemeenschap, voor wie land niet alleen woonplaats is, maar ook diepe spirituele betekenis heeft. Ze leefde vrijwel haar hele leven op het gebied dat witte veehouders later ‘Utopia’ gingen noemen. Haar naam laat zien hoe nauw land, gemeenschap en identiteit in haar wereld samenhangen. Kam verwijst naar de zaaddozen van de potloodyam. Kngwarray is geen achternaam in westerse zin, maar een verwantschapsnaam uit een inheems familiesysteem. De naam Emily kwam er vermoedelijk pas bij toen witte werkgevers haar voor hun administratie een Engelse naam gaven.

Die spanning tussen haar eigen gemeenschap en een koloniale buitenwereld die zich steeds verder opdrong, is ook in haar werk voelbaar. Ze begon pas te schilderen toen ze eind zeventig was, na een leven als hulp op veeboerderijen en in keukens, en als oppas in dienst van witte gezinnen. Ook het geweld van kolonisten was nooit ver weg. Als jong meisje groeide ze op in een regio die getekend werd door de Coniston-massamoord van 1928. Eerst werkte ze in batik. De doorbraak kwam pas toen ze overstapte op acrylverf op doek. Vanaf 1988 tot haar dood in 1996 maakte Kngwarray ongeveer drieduizend schilderijen – ruwweg één per dag. Naar verluidt was de vraag in de jaren negentig zó groot dat de Australische galeriehouder Christopher Hodges regelmatig een vliegtuig charterde om lege doeken af te leveren en voltooide schilderijen weer op te halen. Nog geen tien jaar later hing haar werk in Venetië, en afgelopen jaar kreeg ze in Tate Modern haar eerste grote Europese overzichtstentoonstelling.

De documentaire Emily: I Am Kam probeert Kngwarray dan ook niet neer te zetten als een op zichzelf staand kunstenaarsgenie. In plaats daarvan brengt de film haar werk terug naar de plek en de gemeenschap waaruit het voortkwam. Regisseur Danielle MacLean volgt de voorbereidingen van de grote overzichtstentoonstelling in de National Gallery of Australia in 2023 en 2024. Maar de film heeft vooral oog voor de Anmatyerr-vrouwen van Alhalker Country, die nauw betrokken waren bij haar kunst en de totstandkoming van deze tentoonstelling, en laat zeldzame geluidsopnamen horen, waarin Kngwarray in haar eigen taal spreekt.