Tina in Sexbierum: ‘Ik werd verliefd op het landschap’
Tina in Sexbierum is vanaf 7 mei te zien op NPO 3 en NPO Start
De Iraans-Nederlandse kunstenaar Tina Farifteh kwam vier jaar geleden in het Friese Sexbierum wonen. Meer dan ooit verlangt ze naar een plek waar ze zich thuis voelt, maar is dat wel mogelijk? In de documentaireserie Tina in Sexbierum onderzoekt ze waarom we zover van elkaar af zijn komen te staan. ‘Ik werd verliefd op het landschap.’
Het is niet dat de bel het niet doet, die is duidelijk hoorbaar, maar er doet niemand open. We staan voor de deur van een piepklein huisje in het oude centrum van Sexbierum. Hier woont Tina Farifteh, maker van de driedelige serie Tina in Sexbierum. Net als we door het raam staan te gluren komt ze aanlopen: zwarte crocs, fleecetrui, haar handen vol met kaas, brood en gevulde koeken van de bakker.
Ze is gisteravond pas laat thuisgekomen en had niets eetbaars in huis. De afgelopen drie maanden logeerde ze in Amsterdam, waar ze dag en nacht werkte aan de serie die het Friese dorp Sexbierum tot ver buiten de provinciegrenzen beroemd gaat maken. Nu is ze voor het eerst terug in het dorp waar ze bijna vijf jaar geleden neerstreek omdat de huur in Amsterdam voor een ambitieuze maar armlastige kunstenaar niet meer te betalen was. Haar Amsterdamse vrienden verklaarden haar voor gek. Die dachten dat ze binnen drie maanden huilend terug zou zijn. Dat hou je nooit vol, je vriest daar dood. Maar na drie maanden stad verlangt ze juist weer naar de overweldigende sterrenhemel die daar onzichtbaar is en naar de zeedijk, waar ze op slag verliefd op werd.
De wind raast hier ongehinderd over het vlakke land, maar ook door de kieren van haar oude, slecht geïsoleerde huisje. ‘Soms waait het zo hard dat je de deur van je auto niet open krijgt. Er zijn mensen die helemaal naar worden van die wind, maar ik vind het wel vet omdat het zo’n enorme kracht is. Het klopt wat ze zeiden: als je de eerste twee winters hier doorstaat dan red je het wel. De eerste keer dat de dijk helemaal besneeuwd was kon ik wel een dansje doen van blijdschap. Alles was wit. Zo vet. En zo fijn dat ik daar iets mee kan. Dan maak ik foto’s, of ik film het.’
Het klopt wat ze zeiden: als je de eerste twee winters hier doorstaat dan red je het we
Vluchtelingen
Tina Farifteh (1982) kwam op haar dertiende vanuit Teheran naar Nederland in het kader van gezinshereniging. Na een verstandige studie die leidde tot een prima baan, meldde ze zich alsnog bij de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, waar ze in 2021 afstudeerde in de richting fotografie. Sindsdien won ze de ene na de andere prijs met haar confronterende werk, waarin ze de toeschouwer op allerlei manieren uitdaagt zich te verplaatsen in de positie van vluchtelingen. Dit begon al met haar afstudeerproject, dat ging over de manier waarop water wordt gebruikt als metafoor om mensen bang te maken.
‘Er werd steeds gezegd dat we overspoeld worden door vluchtelingen. Toen dacht ik: ik ga eens kijken of dat zo is. Dus ben ik langs de watergrenzen van Nederland gaan rijden. Zo ben ik voor het eerst aan de Waddenkust op de zeedijk beland en daar werd ik echt verliefd op het landschap. Dus toen ik weg moest uit Amsterdam omdat ik de huur niet meer kon betalen, dacht ik: wat is de laatste plek waarbij ik dacht: wow! Dat was op de zeedijk.’
Zo kwam ze in Sexbierum terecht. Een radicaal besluit, maar Tina is niet zo van de compromissen. ‘Natuurlijk was het uit nood, maar het was ook een vorm van verzet. Mijn manier om ermee om te gaan. Niet door het slachtoffer uit te hangen, maar door er een avontuur van te maken. Ik wil wonen op een plek waar ik blij van word en waar ik geprikkeld word. Dus dan kun je beter gewoon iets doen wat je heel spannend vindt.’
Nog steeds staat ze met haar ene been in het multiculturele grotestadsleven, waar ze pas nog Nowruz, Iraans nieuwjaar, vierde met haar Iraanse en Afghaanse vrienden. Met haar andere been staat ze in de klei van Sexbierum, waar op het dorpsfeest Friezen rondlopen die zich als Arabier, melkmeisje of sinterklaas hebben verkleed.
Vervreemding
Op het kerkhof dat grenst aan haar verwilderde achtertuintje liggen rijen Zaagsma’s, Palsma’s, Bruinsma’s en Dijkstra’s begraven, met voornamen als IJbeltje, Djurretje en Autgertje. Kun je hier als ontwortelde Iraanse kunstenaar aarden en kun je als buitenstaander werkelijk deel uitmaken van die befaamde mienskip waar de Friezen zo trots op zijn? Kan dit dorp voor nieuwkomers ook een thuis zijn of zorgen zij er juist voor dat de oorspronkelijke bewoners zich niet langer thuisvoelen? Dat zijn de vragen die Tina aan haar dorpsgenoten stelt. Want wat voor hen vanzelfsprekend is, je complete familie in de buurt tot op het kerkhof aan toe, is voor haar onmogelijk. Terwijl zij in Sexbierum rondliep met een camera om de fietsenmaker, de dominee, de huisarts, de buurman en de kapster te interviewen, brak in Iran de hel los. In strak gekaderde beelden toont ze de weidse schoonheid van lucht en water, waardoor de gruizige Instagramfilmpjes waarin Iraanse protesten met grof geweld worden neergeslagen des te harder binnenkomen. Waarna ze laat zien hoe een dorpsgenoot rustig zijn keurige tuintje harkt. Wat er in Iran gebeurt voelt in Sexbierum heel ver weg. Die afstand wil Tina overbruggen, want ze maakt zich zorgen.
‘Mensen zoals ik leven in zo’n schizofrene wereld, waarin we proberen om hier te functioneren en ons best doen om te bewijzen dat de vooroordelen over ons niet kloppen. Tegelijkertijd lopen we met bloedende harten rond. Hoe groter het onrecht, hoe groter die discrepantie wordt. Daardoor gaan we ons steeds vervreemder voelen van de samenleving. Dat gebeurde met Afghanistan, met Gaza en nu met Iran. Die vervreemding vind ik heel gevaarlijk, want die zorgt ervoor dat we elkaar kwijtraken en minder tolerant worden. Ik merk het bij mijn vrienden ook, steeds meer mensen haken af. Sommigen wíllen niet eens meer hun best doen om aansluiting te vinden. Dat maakt ons als samenleving minder sterk.’
Dat er ook in Sexbierum statushouders en arbeidsmigranten wonen, is op deze stralende lentedag nauwelijks zichtbaar. Behalve bij de weggeefkast naast de kerk, waar in het Fries, Engels, Oekraïens, Pools, Russisch, Arabisch en Nederlands staat dat iedereen die het nodig heeft iets mag meenemen: een pak oliebollenmix, een potje babyvoeding, tampons of winterwortels, vers uit de grond.
Tina zette ze voor haar camera, de dorpelingen die nieuw zijn op de Friese klei. Zoals Salah, die hier een huis kreeg toegewezen, maar zich eenzaam voelt tussen de Friezen die hem vragen waarom hij geen Fries spreekt. Baidaa, die een hoofddoek draagt en begrip toont voor het feit dat mensen daar hier nog niet aan gewend waren. En Olga en Roman, die in de witloffabriek aan de rand van het dorp aan de lopende band staan en na hun lange werkdagen geen energie meer hebben om Nederlands te leren.
Hier was ik voor het eerst omringd door mensen die extreem geworteld waren. Dat heb ik niet en dat besef kwam ineens binnen
‘Hoi’
Tijdens een wandelingetje door het dorp groet Tina elke voorbijganger met een welgemeend ‘hoi’, zoals dat hier gebruikelijk is. ‘Dat moet ik altijd afleren als ik in Amsterdam ben. Daar kijkt iedereen me aan van: wat doe jij? Ik ken jou niet.’ We passeren It Waed, het splinternieuwe dorpshuis dat een belangrijke rol vervult in de serie. Het sterk verouderde pand ging tegen de vlakte, waarna de bewoners gezamenlijk bedachten hoe een nieuw dorpshuis eruit moest zien. Zo ontstond een plek waarin rekening werd gehouden met iedereen. Er wordt van alles georganiseerd, waaronder de jaarlijkse verhalenavond. Op zo’n avond ontmoette Tina Auke. Hij werd haar beste vriend in het dorp. Auke is 83 en was zijn halve leven aardappelboer. Na ons rondje door het dorp gaan we bij hem langs. Er moeten foto’s van hem en Tina worden gemaakt, want hij is het belangrijkste gezicht van de serie. Auke heeft zijn gebreide trui en bruine ribbroek aan, Tina zeult een volle tas met hippe kleren en schoenen mee die het contrast tussen hen optimaal moeten benadrukken. Terwijl Tina en de fotograaf de halve kamer verbouwen (‘Auke, mogen we zo’n opgezette vogel op dit tafeltje zetten?’ ‘Je gaat je gang maar. Maar weet je wel wat voor vogel dat is? Een sperwer!’) vertelt hij over hun ontmoeting. ‘Na haar verhaal op die verhalenavond dacht ik: wat een interessante vrouw. Dus ik stapte op haar af en zei: ik kom morgen bij jou koffie drinken. Nou, dat was goed.’
Volle maan
Auke werd Tina’s gids in het dorp. Want Auke kent iedereen en iedereen kent Auke. Hij introduceerde haar bij de schoffelploeg, nam haar mee naar een kaatswedstrijd en legde haar alles uit over de aardappel. Eigenlijk wilde Auke dat ze dáár een serie over maakte. Volgens hem een geheide hit. Wanneer hij over aardappels begint, weet hij volgens haar niet meer van ophouden.
‘Ik heb mijn hele leven veel gereisd en ik ben heel vaak verhuisd. Deels vrijwillig, deels onvrijwillig. Dat heb ik altijd als iets positiefs ervaren, omdat ik me ook vrij voelde. Maar toen ik hier kwam, was ik voor het eerst omringd door mensen die extreem geworteld waren. Dat heb ik niet en dat besef kwam ineens binnen. Ik ben altijd alleen maar aan het vechten voor een plek, en voor er gewoon mogen zijn. Nu dacht ik: shit, ik mis dat. Hoe chill is het als je dat hebt. Ik wil net als Auke ook zo stevig geworteld zijn dat je blijft staan als het hard waait. Uiteindelijk is die aardappel voor mij een metafoor geworden om met hem over verworteling te praten. Want hij kan dat veel beter in aardappeltaal uitleggen.’
Auke heeft de serie nog niet gezien. Die wordt binnenkort vertoond in It Waed. Maar waar hij ook komt, en Auke komt overal, iedereen begint erover. ‘Nou, Auke, hoe staat het met die serie van Tina?’ Zijn zwager komt speciaal over uit Noorwegen om erbij te zijn, straks in het dorpshuis. Net als de Turkse, Afghaanse en Iraanse vrienden van Tina. ‘Dan ziet Auke ineens dat er meer Tina’s zijn,’ lacht de enige echte Tina. Daar in het dorpshuis komen straks haar twee werelden samen, zoals ze ooit op de dijk stond en ineens de zon en de maan tegelijk zag. Ze maakte er een installatie over die is aangekocht door het Fries Museum.
‘Ik ging naar de dijk om de zonsondergang te zien, die was al bijna onder. Toen ik me omdraaide zag ik de volle maan. Ik stond precies tussen de zon en de maan in. Dat was zo’n bizarre ervaring. Ineens voelde ik: hé, maar ik ben al thuis. Tussen de zon en de maan in ben ik thuis. Dat was ook het moment waarop ik dacht: het landschap is eigenlijk heel onverschillig en dat is fijn. Het landschap maakt geen onderscheid. Als je maar genoeg uitzoomt zijn we allemaal thuis, want we horen gewoon op deze planeet. Die planeet is ons thuis.’
Documentairetips in je mailbox?
Wij gidsen je elke week naar documentaires die verder graven; urgent, ontregelend of gewoon steengoed gemaakt.
Je bent er bijna...
Om de nieuwsbrief te ontvangen doe je het volgende:
- Open je e-mail en zoek naar een bericht van ons
- Bevestig je e-mailadres
- Je ontvangt nu regelmatig onze nieuwsbrief 🥳