Het indrukwekkende 'Meer dan babi pangang' gaat over veel meer dan alleen eten
Meer dan babi pangang is te zien op NPO Start
Een geliefd afhaalgerecht met wrange bijsmaak: achter het oer-Hollandse babi pangang schuilt een geschiedenis van migratie, racisme en heel hard werken.
Afhalen op zondag betekende sinds de jaren zestig: kroepoek, sambal en plastic bakjes op tafel, gevuld met babi pangang — gebakken varkensnekvlees onder een dikke laag zoetzure saus. Het gerecht, dat als een felrode draad door de familiegeschiedenis van filmmaker Julie Ng en die van de Chinese gemeenschap in Nederland loopt, verandert in Meer dan babi pangang (2025) voortdurend van smaak.
De documentaire begint als een bijna luchtige zoektocht. Chun Yuen, de vader van Ng, staat op het punt zijn Chinees-Indische restaurant in Rozenburg te sluiten: hij heeft geen opvolger. Ng onderzoekt de oorsprong van babi pangang. Is het eigenlijk wel een Chinees gerecht? Ja, beargumenteert de Chinees-Indische chef Maureen Tan in de documentaire. De overdaad aan saus vindt zijn oorsprong in de Nederlandse smaak, merkt foodtrend-analist Anneke Ammerlaan op. Nederlanders houden nu eenmaal van ‘het bevredigende gevoel zompig te eten’.
Maar die zoetzure saus heeft voor Ng ook een wrange bijsmaak. Haar vader at zelf nooit babi pangang. ‘Dat was voor de Hollanders.’ Daarmee tekent zich direct de pijnlijke tegenstelling af die onder de documentaire ligt: terwijl Chin. Ind. Restaurants volledig opgingen in het Nederlandse straatbeeld, bleven de mensen erachter vaak onzichtbaar. Haar ouders werkten zeven dagen per week; Julie en haar broertje sliepen zelfs onder de afhaaltoonbank. ‘Mensen zoals ik gingen niet naar school. Hoe konden we dromen hebben?’ zegt haar vader in de film.
Gaandeweg verbindt Ng deze persoonlijke geschiedenis met die van Chinese Nederlanders in bredere zin. Zo duikt ze in het verleden van het Rotterdamse Katendrecht, waar Chinese matrozen in 1929 tot zondebok werden gemaakt ten tijde van economische malaise. Die geschiedenis van uitsluiting blijkt minder ver weg dan gedacht. Terwijl Ng in Eindhoven de kleinzoon van de eerste Chinese restauranthouder interviewt, fietsen scholieren voorbij. ‘Kutchinees,’ roept iemand. Het moment duurt slechts enkele seconden, maar vat de documentaire pijnlijk samen: de Chinese gemeenschap werd onderdeel van de Nederlandse eetcultuur, zonder ooit volledig geaccepteerd te worden.
Ammerlaan stelt dat ‘zoetzuur nu eenmaal een van de meest geliefde smaakcombinaties is’. Dat blijkt ook de kracht van Meer dan babi pangang: achter de vertrouwde smaak gaan bittere verhalen van migratie, ondernemerschap en racisme schuil. Na het zien van deze indrukwekkende documentaire smaakt Ngs ‘oer-Hollandse gerecht’ nooit meer hetzelfde.