Franse klassieker op Netflix: Journal d’un curé de campagne

Robert Bresson-film die Taxi Driver en First Reformed inspireerde

Journal d’un curé de campagne
  • Rick de Gier

De klassieker Journal d’un curé de campagne van Robert Bresson, in Nederland te zien op Netflix, was van grote invloed op het werk van Bergman, Tarkovski en Scorsese.

Zoals de jonge priester in zijn zwarte cape over het Franse platteland zwerft, brengt hij monsters uit oude griezelfilms als Frankenstein en Nosferatu in herinnering. Niet alleen vanwege het klassieke zwart-witbeeld en de omineuze orkestmuziek, maar ook omdat hij als personage iets wegheeft van die eenzame, onbegrepen figuren. Een haast ondraaglijk tragische antiheld is hij.

De naamloze priester, met chronisch droeve blik gespeeld door Claude Laydu, staat centraal in Journal d‘un curé de campagne (1951), de derde speelfilm van Robert Bresson. De film is al een poosje te streamen op Netflix, maar wordt daar vast niet gretig opgepikt door de algoritmes. En dat is best voorstelbaar. Bresson (Pickpocket, Au hasard Balthazar) staat bekend als een ‘moeilijke’ cineast, en ja, ook deze verfilming van Georges Bernanos’ Dagboek van een dorpspastoor is taaie kost. Traag, somber, thematisch complex.

Toch zou elke zichzelf respecterende cinefiel de productie een kans moeten geven, al is het maar omdat zo veel andere film­makers erdoor beïnvloed zeggen te zijn: Tarkovski, Bergman, Scorsese, Von Trier. Paul Schraders scenario’s voor Taxi Driver en First Reformed zitten tjokvol verwijzingen.

Het is goed te begrijpen waarom juist deze makers Journal d‘un curé de campagne zo bewonderen. Net als zij is Bresson een compromisloze verteller. Hij doet weinig moeite zijn hoofdpersoon te introduceren of sympathiek te maken. Terwijl de pastoor in voice-over voordraagt uit zijn dagboek, uitweidend over geloofstwijfels, sociaal ongemak en hevige maagklachten, krijgt de kijker geleidelijk meer begrip en waardering voor hem. Voor zijn oprechtheid, zijn leed. Intussen blijft hij – zeker in moderne ogen – ook een enigma. Als dit werk hem zo ongelukkig stemt, waarom kapt hij er dan niet mee? Waarom kwelt hij zichzelf zo?

Zo gaat de film vooral over de aard van een roeping – of iets prozaïscher: een levensdoel. De priester kan niet anders dan hulp bieden, ook al zit daar mogelijk niemand op te wachten. Het is knap hoe Bresson (een zelfverklaard agnost) de kleine succesjes van zijn held invoelbaar maakt. Een stroef pastoraal gesprek dat onverwacht verlossing biedt. Een kortstondig moment van geluk achter op een motor.

De priester is misschien niet helemaal te volgen, maar zijn diepste vragen – wat heeft het leven voor zin, vanwaar al dat leed, hoe maak je er ondanks alles iets van? – zijn beslist herkenbaar.