Docuserie 'Holland Gate - De vlucht uit Kabul' reconstrueert de chaotische evacuatie uit Afghanistan
Interview met regisseur Joey Boink
De evacuatie van Nederlands personeel na de inname van Kabul door de Taliban verliep chaotisch. In de vierdelige docuserie 'Holland Gate – De vlucht uit Kabul' komen de geëvacueerden en Afghaanse achterblijvers aan het woord.
Afghanistan, augustus 2021, veel sneller dan verwacht nemen de Taliban de hoofdstad in. Op het vliegveld van Kabul heerst chaos. Verschillende landen, ook Nederland, evacueren in allerhaast personeel. Vele duizenden mensen proberen weg te komen. Het zijn dramatische beelden, sommigen klampen zich vast aan de vliegtuigen.
In de vierdelige KRO-NCRV-documentaireserie Holland Gate – De vlucht uit Kabul van regisseurs Joey Boink en Annemieke Ruggenberg komen militairen en politici aan het woord die destijds bij de evacuatie betrokken waren. De makers spraken ook met verschillende Afghanen: geëvacueerden én achterblijvers.
De Nederlandse overheid was te laat, bleek bovendien weinig bereid om die mensen binnen te halen
‘De serie is een reconstructie van die evacuatie,’ zegt Boink. ‘Wat wij ons afvroegen: hoe kan het dat sommige mensen gered zijn en anderen niet? We zijn dat gaan ontrafelen en ontdekten dat Nederland heel slecht was voorbereid. Kabul was al gevallen, onze ambassadeur zelf al vertrokken notabene, toen in de Kamer het besef doordrong dat het redden van de tolken alleen misschien onvoldoende was. De vraag kwam op: wat doen we eigenlijk met al die andere mensen die ook voor Nederland hebben gewerkt? Hoe zit het dan met die vrouwenactivisten die met de ambassadeur samenwerkten, met die defensiekampbewaarders, met de koks die daar dag in dag uit het Nederlandse terrein opliepen en zichtbaar waren voor de Taliban? De Nederlandse overheid was te laat, bleek bovendien weinig bereid om die mensen binnen te halen.’
Het heeft ervoor gezorgd dat achterblijvers in Afghanistan zich in de steek gelaten voelen, zegt Boink, ‘zoals wij te horen kregen: we voelden ons een met jullie, deel van de familie, maar toen de Taliban het overnamen waren jullie weg en kregen we geen contact meer.’
Lokaal team
Die achterblijvers lopen ondertussen gevaar, zitten ondergedoken in safehouses. ‘Iemand die als veiligheidscoördinator voor een Nederlandse NGO werkte, zegt: ik ben niet dood, maar ik kan ook niet zeggen dat ik leef, ik zit elke dag tussen vier muren, ik kan mijn gezin niet opzoeken, ik heb eigenlijk niets meer om voor te leven.’
Die moeilijke veiligheidssituatie had ook vergaande invloed op het filmen, zegt Boink. Het was beter niet zelf naar Afghanistan te gaan, kregen ze gelijk te horen. ‘We zouden als witte mensen een soort lopend spoor vormen naar de ondergedoken Afghanen die we wilden spreken. We werkten daarom samen met een lokaal team, die hebben daar de opnamen gemaakt. Wij keken mee via een telefoon en onze Afghaans-Nederlandse researcher Wali Hashimi vertaalde.’ Het lokale team deed ook alles om te voorkomen dat autoriteiten bemerkten dat filmopnamen werden gemaakt: ‘De geluidsman, de cameraman en de regisseur kwamen allemaal apart naar de interviewplek en pakten pas binnen hun spullen uit.’
De makers bouwden allerlei veiligheidsmechanismen in. De geïnterviewden onherkenbaar in beeld, interviews op onherkenbare plekken, of juist op plekken waar de geïnterviewden zich op dat moment niet schuilhielden. Het filmmateriaal werd direct na de opnames opgestuurd naar Hilversum en vervolgens gelijk gewist door het lokale camerateam. Uiteindelijk is zelfs AI ingezet om iemand te beschermen, zegt Boink: ‘Eén Afghaanse vrouw, die wel is geëvacueerd, wilde aanvankelijk gewoon herkenbaar in beeld, maar nadat de opnames waren afgerond voelde ze zich daar toch niet goed bij. Dat had ook te maken met recente ontwikkelingen. De Taliban hebben steeds meer antennes in Europa. Voor Afghanen, ook in Nederland, is het daardoor allemaal wat spannender geworden. We hadden haar herkenbaar gefilmd, ze is een belangrijk personage, en we hebben er daarom voor gekozen haar gezicht middels AI onherkenbaar te maken, waardoor de emotie nog steeds duidelijk te zien is, in plaats van het traditionele blurren, waarmee veel emotie verdwijnt.
Opgepakt
De makers waren al ver met de montage toen in januari het nieuws naar buiten kwam dat een andere geïnterviewde in een recente AvroTros-documentaireserie over Afghanistan, Hila voorbij de Taliban, door de Taliban was opgepakt. Sportdocent Khadija Ahmadzada sprak zich uit over de onderdrukking van vrouwen, was herkenbaar in beeld gebracht. Omroep AvroTros reageerde door de serie offline te halen ‘in het belang van de veiligheid van de vrouwen’. Ahmadzada werd weer vrijgelaten, of de arrestatie het gevolg was van de film is niet helemaal duidelijk, maar de serie is nog steeds offline.
Je mag nooit vergeten dat je echte mensen filmt, die lange tijd de gevolgen kunnen ondervinden
Boink en zijn team schrokken ervan. ‘Dat offline halen is een pijnlijke keuze, maar het verbaasde mij al wel dat ze herkenbaar konden filmen. Wij kregen steeds te horen dat dat niet kon. Een verschil met de serie van Hila [Hila Noorzai, red.] is wel dat wij mensen interviewen die ondergedoken zitten, die direct gevaar lopen. Maar het bevestigde voor ons dat het goed is dat we steeds het zekere voor het onzekere hebben genomen, we zijn heel zorgvuldig te werk gegaan, hebben gedurende het maakproces per persoon extra veiligheidschecks gedaan en waar nodig aanvullende maatregelen genomen.’
Doordrongen
Het is niet de eerste keer dat hij zo nadrukkelijk met veiligheidsaspecten van doen heeft, zegt Boink. In Burden of Peace volgde Boink Guatemala’s eerste vrouwelijke procureur-generaal, Claudia Paz y Paz, die de strijd aanbond met corruptie en drugscriminaliteit. ‘Na een half jaar filmen dachten we: zo, nu hebben we een mooie film, de montage was klaar, en toen gaf zij aan: als deze film nu zo uitkomt, gaat mijn kop rollen. Toen hebben we besloten door te filmen tot het eind van haar termijn, ten behoeve van haar veiligheid, en zijn toen uiteindelijk eigenlijk zo’n beetje samen met haar het land uit gevlucht. Een film is belangrijk en mooi, maar je mag nooit vergeten dat je echte mensen filmt, mensen die lange tijd de gevolgen van zo’n film kunnen ondervinden, daar ben ik toen echt goed van doordrongen geraakt.’
De geïnterviewden in Afghanistan hebben de film inmiddels gezien, zegt Boink, via een eenmalige zichtlink. ‘Het was een laatste veiligheidscheck: vind je dat je voldoende onherkenbaar in beeld bent. Ze moeten zich er veilig bij voelen.’
Je kunt het gevaar minimaliseren, maar helemaal uitsluiten is onmogelijk. Dat de Afghanen wilden meewerken is omdat zij echt willen dat het verhaal wordt verteld, zegt Boink. ‘Wat ook speelt is dat mensen soms juist veiligheid ervaren door de aanwezigheid van een camera, omdat hun verhaal wordt verteld. Als er geen journalisten zijn om onrecht en misstanden aan de kaak te stellen, voelen machthebbers zoals de Taliban zich vrijer om mensen te blijven onderdrukken.’