Het aandoenlijke New Pigs on the Block laat je nadenken over dierenwelzijn

New Pigs on the Block is te zien op NPO 2 Extra en NPO Start

Een still uit de documentaire New pigs on the block
  • Rick de Gier

De Vlaamse docu New Pigs on the Block schetst een aandoenlijk én confronterend portret van drie stadsvarkens.

Dat varkens filmgenieke dieren zijn, is al vaak bewezen. Denk aan de biggen in de familiefilms Babe en Knor, het supervarken in de thriller Okja, de truffelzoeker in de Nicolas Cage-film Pig. In al die producties keert hetzelfde beeld terug: varkens zijn schattig, sociaal, intelligent, en ze lopen een groot risico op de barbecue te belanden.

In de Belgische documentaire New Pigs on the Block (2022) is het niet anders. Regisseur Jimmy Kets volgt een jaar uit het leven van de varkens Luc (roze), Anja (bruin) en Mia (gevlekt). In interviews vertelt Kets dat hij de beesten aantrof tijdens een wandeling door zijn woonplaats Gentbrugge, op een omheind stukje grond naast een spoorweg, en er toen op slag verliefd op werd. In de film biedt hij verder geen duidend commentaar, op een inleidend stukje tekst na. Daarin wordt uitgelegd dat varkens eeuwenlang deel uitmaakten van het stadsleven: ze werden gevoerd met etensresten van buurtbewoners en hun mest werd gebruikt om het land te bevruchten. Luc, Anja en Mia horen bij een burgerproject dat dit concept nieuw leven inblaast.

Winston Churchill, een vermaarde dierenvriend, verklaarde ooit wat varkens zo bijzonder maakt: ‘Honden kijken naar ons op, katten kijken op ons neer, varkens zien ons als gelijken.’ In New Pigs on the Block wordt deze wijsheid min of meer bevestigd. Regisseur Kets heeft alles gefilmd alsof hij zelf ‘het vierde biggetje’ is: steeds binnen de hekken, op ooghoogte van de dieren. Hij werkte naar eigen zeggen zonder zoomlenzen en moet ze dus erg dicht op de huid hebben gezeten. De beesten lijken daar geen last van te hebben gehad, ze maken over het algemeen een ontspannen indruk. We zien ze luieren, stoeien, huppelen, eten, poepen – alles wat vrolijke varkens zoal doen. Heel spannend drama levert dat niet op, maar wel een mooi, aandoenlijk portret. Noem het feelgood slow cinema.

Althans, dit geldt voor de eerste pakweg negentig procent van de film. In die inleidende tekst wordt één feitje handig verzwegen: van oudsher is er natuurlijk nóg een reden waarom mensen stadsvarkens houden. In de laatste minuten wordt de kijker daar onverbloemd mee geconfronteerd. Zo zet Kets je – enigszins manipulatief, maar zonder meer ook effectief – aan het denken. Hebben Luc, Anja en Mia nou een goed leven geleid? Is dit dierenwelzijn?