Monsters of God: uitermate fascinerend inkijkje in de wereld van illegale reptielenhandel
Monsters of God is te zien op HBO Max

De maker van Tiger King en Chimp Crazy duikt met nieuwe documentaireserie Monsters of God in de krankzinnige wereld van reptielenhandel.
Regisseur Eric Goode mag inmiddels met recht de televisiekoning van de dierengekkies worden genoemd. Met Tiger King en Chimp Crazy maakte hij een paar van de spraakmakendste documentaireseries van de afgelopen jaren, die een krankzinnig inkijkje boden in werelden die haast niet echt leken te zijn.
Voor zijn nieuwe vijfdelige serie Monsters of God duikt Goode in een wereld die hij zelf goed kent: de wereld van reptielenhandel. Het blijkt opnieuw een krankzinnige wereld. Alleen al de openingsminuten van de serie bevatten zoveel absurditeiten dat het haast begint te duizelen.
In vijf delen duikt Goode diep in het wereldje, met een hele uiteenzetting van deze krankzinnige (en illegale) industrie, en hoe deze zich in de afgelopen vijftig jaar heeft ontwikkeld. Net als in zijn eerdere series krijgt Goode de gekste figuren voor zijn camera, zoals een figuur die bekendstaat als de ‘hagedissenfluisteraar’ of iemand die de ‘Pablo Escobar van de reptielenhandel’ wordt genoemd.
De handel in reptielen blijkt een miljardenbusiness vol criminele bendes, kwaadaardige dierentuinen en smokkelaars. Maar het gaat ook over ónze fascinatie met reptielen: in dierentuinen is het reptielenverblijf tenslotte nog altijd een van de populairste onderdelen, en voor veel mensen geldt: hoe exotischer, hoe interessanter. Voor de verzamelaars zelf is het een ‘fever’: een soort ziekte of verslaving waardoor ze alles op alles zetten om telkens weer zeldzamere, gevaarlijkere dieren te vinden en bemachtigen.
Voor Goode is het zijn ‘persoonlijkste project tot nu toe’, geeft hij aan in gesprek met Vanity Fair. Als tiener had Goode al een kamer vol schildpadden, slangen en hagedissen. Maar tegenwoordig ziet Goode zichzelf als ‘onderdeel van het probleem’. Hoewel hij nog steeds schildpadden houdt in huis, zag hij begin deze eeuw in dat zijn acties bijdragen aan een bijzonder gevaarlijke, onethische industrie. De handel in reptielen geldt na de handel in wapens, drugs en mensenhandel als de grootste illegale markt.
Het leidde ertoe dat Goode zich uiteindelijk juist ging inzetten voor de bescherming van bedreigde schildpadden. Tegelijkertijd verloor hij nooit zijn fascinatie voor deze wereld. In Vanity Fair: ‘Ik heb dezelfde ziekte als veel van de mensen in de serie. Ik word altijd heel enthousiast als ik een gaaf reptiel zie dat ik nog nooit eerder heb gezien. Het voelt elke keer weer als Kerstmis.’
Het verschil is dat Goode uiteindelijk wél inzag dat hij niet voor God kan spelen met die dieren. Voor al die absurde figuren in Monsters of God kwam dat besef zelden tot nooit. Het resulteert in een fascinerend, maar vooral ook schrijnend inkijkje in een dubieuze miljardenbusiness.
