Regisseur Stijn Van Kerkhoven: 'Het gaat niet vaak over gewone dagelijkse queerervaringen’
Vlaamse serie Oh, Otto! op NPO 3 en NPO Start

In de Vlaamse serie Oh, Otto! volgen we het dateleven van een onhandige twintiger in de Brusselse queerscene. Regisseur Stijn Van Kerkhoven: ‘Er zijn veel herkenbare, soms spannende, enge of ongelofelijke dateverhalen die nog niet verteld zijn.’
Als twintiger Otto zijn vriendje Boris van het vliegveld haalt na diens reis door Zuid-Amerika is meteen duidelijk dat het mis is. En ja hoor: eenmaal thuis in Otto’s appartement in Brussel maakt Boris het uit. Althans, hij zegt: ‘Ik denk dat het beter is dat wij elkaar efkes loslaten.’ Otto kaatst terug: ‘Hoe lang is dat, efkes?’ Daarop moet Boris het antwoord schuldig blijven. ‘Is dit dan zo’n ayahuascakotsinzicht?!’ briest Otto. Even later horen we Otto bellen met zijn beste vriendin Lente, die hem aanraadt op Grindr te gaan: Boris was zijn eerste vriendje, hoog tijd dat Otto eens wat avonturen gaat beleven.
Voilà, dat zien we Otto vervolgens zeven korte afleveringen lang doen in deze vrolijke Vlaamse serie. Soms gebeurt dat behoorlijk expliciet – zo krijgen we ook de dickpics te zien waar de bleue Otto van schrikt – maar al met al heeft Oh, Otto! vooral een warme, lieve sfeer, met als hart van de serie de vriendschap tussen de (over)bedachtzame, onhandige Otto (Jonathan Michiels) en de impulsieve, extraverte Lente (Jennifer Heylen).
Op de filmschool kreeg Stijn Van Kerkhoven, schrijver en regisseur van Oh, Otto!, te horen dat het eerste project dat je pitcht sowieso niet gemaakt wordt. Maar niets bleek minder waar: niet alleen verscheen Oh, Otto! op de Vlaamse betaalzender Streamz, de serie mocht ook naar het festival Canneseries en viel daar twee keer in de prijzen. Nu is de reeks te zien op NPO 3 en we videobellen met Stijn Van Kerkhoven (1997), die alweer druk bezig is met het tweede seizoen.
Je bent een twintiger uit de Brusselse queerscene, net als Otto. Hoe autobiografisch is de serie?
Van Kerkhoven: ‘Oh, Otto! vertrekt heel hard vanuit mijn eigen ervaringen als jonge homo in een grote stad, in Brussel. Het is wel echt een periode die achter mij ligt, ik heb nu al vijf jaar een vriend met wie ik samenwoon. Maar neem bijvoorbeeld de aflevering in het hotel met date Diederik, dat heb ik min of meer zelf meegemaakt. Door verschillende mensen te leren kennen die ook veel op datingapps hebben gezeten, besefte ik dat deze verhalen over Grindr en eenzame hookups valide zijn. Al die ervaringen samen hebben me gevormd tot de gay die ik ben: ik heb mogen ondervinden dat homo-zijn en het beleven van je seksualiteit allerlei nuances en facetten kent. Er zijn zo veel van dit soort herkenbare, soms spannende, een beetje enge of ongelofelijke dateverhalen, en die zijn gewoon nog niet verteld. Als er iets wordt gemaakt over queer-zijn dan gaat het heel vaak over uit de kast komen, over het problematische, niet over de gewone dagelijkse queerervaringen. Ik wilde een reeks maken over liefde en vriendschap, niet zozeer over het gay-zijn zelf. De Amerikaanse serie Looking was hierbij een grote inspiratie voor me. Zeker in België wordt een queerverhaal al snel gezien als een soort niche, er is veel angst dat kijkers zich er niet in zullen herkennen. Ik wil laten zien dat dit niet zo hoeft te zijn, dat een queerverhaal ook echt breed toegankelijk kan zijn.’

Hoe ben je bij hoofdrolspelers Jonathan Michiels en Jennifer Heylen uitgekomen?
‘Dat was niet makkelijk. Ik was er heel lang van overtuigd dat mijn hoofdrolspeler gay moest zijn in real life, maar daar ben ik toch op teruggekomen. Het moet gewoon de juiste acteur zijn en Jonathan kan Otto met zó’n eerlijkheid, toegankelijkheid en warmte spelen. Mijn castingdirector zei uiteindelijk: “Dit is de persoon die je moet vragen, hij gaat je bevallen.” En ze had gelijk: ik heb nog niemand gehoord die níet mee was met Jonathan. Hij heeft een heel toegankelijke uitstraling en hij speelt Otto een beetje als een dutske: zo’n knullig en aandoenlijk type. Ja, Jonathan heeft dat schitterend gedaan. Ik wil Otto vastpakken, ik wil hem een knuffel geven en tegen hem zeggen dat het goed komt. Jennifer is ook fantastisch: zij is op heel veel vlakken zijn tegenpool – zowel in de rol als in het echt – en dat werkt. Jonathan is een heel goed voorbereide acteur: iemand die altijd notes heeft bij de scène die we gaan spelen en hij kent zijn tekst honderd procent van buiten. Jennifer is iemand die juist onverwachte chaos en fun binnenbrengt, haar sterke punten zijn echt haar improvisatievermogen en humor. Jonathan en Jennifer waren een soort yin en yang op de set, ze vulden elkaar heel mooi aan. Precies de dynamiek die ik wilde: niet twee keer hetzelfde timbre, maar personages die elkaar kunnen duwen en aan elkaar kunnen trekken.’
Een belangrijk extra personage in de serie is je thuisstad, Brussel. Waarom?
‘Brussel wordt altijd erg negatief belicht op tv en in series, vind ik: grijs en grauw, vol drugs en afval. Maar ik woon hier heel graag en ik zie ook de mooie kanten van de stad, zoals de queerscene. Ik wilde een romantischer Brussel tonen. Een écht Brussel ook: ik heb gestreden om zo veel mogelijk van mijn droomlocaties erin te steken. Zoals het De Brouckèreplein, waar Otto en Lente zonder te betalen uit de taxi rennen. Iedereen zei: “We kunnen dit toch ook buiten de stad filmen?” Dat is inderdaad veel makkelijker, net als de scène op de beroemde rommelmarkt op het Vossenplein, je kunt ook gewoon een paar kraampjes op een ander plein zetten. Dat hebben we niet gedaan en daardoor zit er meer Brussel in, meer authenticiteit. Ook al betekende dat we vooral ’s nachts nogal eens amokmakers tegenkwamen die niet aan de kant wilden gaan. Het hielp dat onze crew voornamelijk Brussels is: iedereen heeft een grote liefde voor de stad.’
