Sisters with Transistors: De onbezongen heldinnen van de elektronische muziek

Sisters with Transistors is te zien op NPO 2 Extra en NPO Start

Componist en installatie artiest Maryanne Amacher

Waarom weet bijna niemand dat er een heleboel vrouwen aan de wieg stonden van de elektronische muziek? De documentaire Sisters with Transistors zorgt voor eerherstel.

Wie waren de pioniers van de elektronische muziek? Misschien denk je nu aan Kraftwerk: dé technovoorlopers. Of aan minimalmusic-icoon Philip Glass. Of aan Jean-Michel Jarre, die de ooit hippe newage-beweging van een eigen soundtrack voorzag. Allemaal mannen, en het valt niet eens op. Want lekker nerden met computers en synthesizers, dat ís toch ook gewoon een mannenhobby? Of in elk geval van oudsher; we zien pas de laatste decennia vrouwelijke dj’s en muzikanten de elektronische muziekwereld bestormen. Toch?

Fout. En niet zo’n beetje ook, blijkt uit de documentaire Sisters with Transistors van Lisa Rovner. Kijk dan, zegt Rovner met haar film, deze vrouwen zetten revolutionaire stappen in de elektronische muziek! Maar ze zijn vergeten, de ondertitel van de documentaire luidt niet voor niets Electronic Music’s Unsung Heroines.

Via archiefmateriaal, interviews en verteller Laurie Anderson leren we tien van die vergeten pioniers kennen. Van Clara Rockmore, die in de jaren dertig haar publiek versteld deed staan door het nieuwe elektronische instrument de theremin te bespelen, tot Suzanne Ciani, die in de jaren tachtig een grootheid werd in de reclamemuziek. En van ponskaarten tot de eerste muzieksoftware voor de Macintosh: Music Mouse, een uitvinding van componist Laurie Spiegel.

Een ware heldin in de film is Daphne Oram: een Britse met vlinderbril, die in de jaren vijftig eigenhandig de eerste elektronische muziekstudio opzette bij de BBC. Daar haalde ze fantastische experimenten uit met beeld dat ze omzette in geluid: de naar haar vernoemde Oramics-techniek. Orams opvolger, Delia Derbyshire, was begin jaren zestig verantwoordelijk voor de themamuziek van Dr. Who, een mijlpaal in de doorbraak en acceptatie van elektronische muziek.

Maar ook volstrekt autonome vrouwelijke muzikanten uit de avant-garde komen voorbij. Zoals de Amerikaanse Pauline Oliveros: in de jaren vijftig al een unapologetic lesbienne, die straatgeluiden opnam en ze vervormde in haar composities. Ze bouwde haar eigen live-installaties om te kunnen optreden. Voor The New York Times schreef Oliveros in 1970 een opiniestuk, ‘And Don’t Call Them Lady Composers’, waarin ze aankaart dat vrouwen van meet af aan niet serieus zijn genomen als scheppers van muziek.

Die misstand is een terugkerend thema in Sisters with Transistors en een drijvende kracht achter de sisters zelf. Deze vrouwen werden niet op waarde geschat of zelfs maar toegelaten in de traditionele, door mannen gedomineerde muziekwereld, en juist dat maakte elektronische muziek extra aantrekkelijk voor ze. Want daar – aan de knoppen, in een nieuw technisch universum – waren zíj de baas.