Downtown, de prachtige openingsfilm van NFF, is een aangrijpend drama over aids
Interview met regisseur Michiel van Erp

Op 25 september gaat in Utrecht de 46ste editie van het Nederlands Film Festival van start. We spraken met Michiel van Erp, die openingsfilm Downtown regisseerde. ‘Nu kan dat verhaal eindelijk verteld worden.’
De openingsfilm van het Nederlands Filmfestival (NFF) is Downtown van regisseur Michiel van Erp. Een aanstekelijk én aangrijpend drama over gaydiscotheek Downtown in Amsterdam, waar de drie jonge mannen Ronnie, Bas en Lennart elkaar in 1986 beter leren kennen – totdat de dan nog onbekende ziekte aids een streep door hun relaties zet. Ruim dertig jaar later, tijdens de coronalockdown van 2021, komen Ronnie, Bas en Lennart elkaar weer tegen en ze besluiten eindelijk terug te kijken op die ingrijpende en cruciale periode.
Het is niet de eerste keer dat een speelfilm van Van Erp NFF mag openen. In 2018 ging Niemand in de stad, een fris coming-of-age-verhaal over drie studenten, Downtown al voor. Met zijn twee openingsfilms is Michiel van Erp (1963) nu dan ook een van de grote namen in de Nederlandse cinema geworden. Dat was hij overigens allang op televisie, dankzij dramaseries als Ramses, I.M. en Een van ons en een hele reeks documentaireseries, waaronder Lange leve de vereniging, Welkom in Nederland en De roze revolutie.
Die laatste reeks vertoont nogal wat parallellen met Downtown. De vierdelige documentaireserie vertelt de geschiedenis van de lhbtiqa+-beweging in Nederland en werd opgenomen in coronajaar 2021, hetzelfde jaar waarin de drie vrienden uit Downtown weer samenkomen. Met name aflevering 2, waarin de verwoestende effecten van aids op de gaycommunity behandeld worden, lijkt veel inspiratie voor Downtown te hebben geleverd. Begin augustus kunnen we de regisseur zelf vragen of dat inderdaad zo is.
In De roze revolutie zegt dragqueen-op-leeftijd Victoria Falls dat ze nooit kon of wilde praten over die aidsperiode, maar dat ze dat nu eindelijk toch gaat doen. Was dat het moment waarop jij dacht: nu ben ook ik aan de beurt?
Michiel van Erp: ‘Een van de momenten. Een ander moment zit in diezelfde aflevering. Dat is wanneer een man, Paul, vertelt dat hij toen 76 vrienden heeft verloren aan aids en dat hij dit verdriet altijd diep heeft weggestopt. Totdat het er jaren later toch uit moest. Paul ging op aanraden van zijn therapeut brieven schrijven aan zijn overleden vrienden, daar is hij trouwens nog steeds mee bezig. Toen pas besefte ik dat er een hele groep mannen rondloopt met zware littekens. Een vergeten generatie, waar niemand ooit op gepast of op gelet heeft. Mannen met schuldgevoelens omdat zij aids wel overleefd hebben of omdat ze destijds hiv hebben opgelopen. Alsof ze het allemaal over zichzelf hadden afgeroepen. Dat dragen die mannen allemaal in zich.’
Aids was vooral een probleem voor gays. In die eerste jaren stonden we er echt helemaal alleen voor
‘Die mannen’? Daar ben jij er toch ook een van?
‘Ja, maar ik had al een relatie met mijn vriend vóór aids. Ik ben niet een van de jongens in de film. Toch vond ik dat ik iets met die periode moest doen, dus ik heb pal na De roze revolutie een opzet voor Downtown geschreven. Eerst dacht ik nog: ik geef dat verhaal aan een scenarist buiten de community, iemand die er met een frisse blik naar kan kijken. Maar de eerste die ik benaderde, ik noem geen namen, had iets van: goh, jeetje, die aidsepidemie – toen zat ik net in de kinderen, dat is een beetje aan mij voorbijgegaan. Dat bevestigde mijn idee over die vergeten generatie van gay mannen alleen maar. Bovendien hadden we in 2020 net die eerste coronagolf gehad en dat was wel meteen een wereldprobleem, terwijl aids vooral een probleem voor gays was. In die eerste jaren stonden we er echt helemaal alleen voor. Dat frustreerde me enorm en daarom besloot ik dat ik de film gewoon zelf zou maken.’

Je benaderde scenarioschrijver Frank Houtappels. Moest je hem overhalen?
‘Helemaal niet. Veel van je wat je in de film ziet hebben we alle twee meegemaakt of om ons heen zien gebeuren. Ik had eerder al met Frank gewerkt voor theater, maar nog nooit voor een film. Hij is ook meer van een ander genre. Gooische vrouwen en dat soort dingen, maar daar kijk jij natuurlijk niet naar. Haha.’
Zeker wel. Ik bedoelde eigenlijk: vond Frank het net als Victoria Falls niet moeilijk om over die periode te praten?
‘Nee, aids had destijds minder impact op Frank, net als bij mij. Als iemand in de buurt hiv of aids had, besloten we om een beetje uit de buurt te blijven. Dat was achteraf natuurlijk niet de beste houding, maar daar kunnen we nu met deze film wat aan doen. Ik heb Downtown niet gemaakt vanuit een eigen trauma, maar uit een soort verantwoordelijkheid naar de community. Nu kan dat verhaal eindelijk verteld worden. Met mensen die het echt meegemaakt hebben. Daarom heb ik voor de oudere versies van Ronnie, Lennart en Bas ook heel bewust gekozen voor drie acteurs die gay zijn en die de aidsperiode heel goed kennen. Hans [Kesting, die Lennart speelt, red.] heeft zelf hiv, daar is hij ook heel open over, hoor. Yorick [van Wageningen, die Ronnie speelt] heeft destijds ook het nodige meegemaakt en Roeland [Fernhout, die Bas speelt] vertelde me dat hij destijds wel een paar keer per maand naar een uitvaart ging. Roeland heeft de film trouwens nog steeds niet gezien, dat durft hij niet aan. Hans en Yorick wel en zij waren helemaal in tranen, dit raakt zo aan hun eigen leven. Dat was ook de reden dat ik ze gevraagd heb. En het zijn geweldige acteurs, dat ook natuurlijk.’
Je begon met het casten van de drie oudere versies?
‘Ja, daarna kwamen de jongens.’
Die volgen we vooral in de hedonistische jaren vóór aids en er zit aardig wat seks in de film. Hoe bepaalde je de balans tussen genoeg en te veel?
‘Ik vind dat seks in een film altijd gretig moet zijn. Zeker in een film waarin seks uiteindelijk je dood kan betekenen. Dat moet je die seks ook kunnen voelen en zien. Zo heb ik dat ook met de jongens afgesproken.’

Tegenwoordig is er dan een intimiteitscoördinator op de set. Bij jullie ook?
‘Ja, en daar werk ik graag mee. Een kleine tien jaar geleden, bij Niemand in de stad, bestond die nog niet, en in die film zit ook veel seks. Dat moesten de acteurs en ik allemaal zelf uitvogelen. Sommige regisseurs zeggen dan: ga nu maar neuken en dan filmen we dat wel. Zo werk ik niet, seksscènes neem je van tevoren goed door. En bij Downtown kon dat samen met een intimiteitscoördinator. Eerst bedachten we hoe de seks eruit moest zien, daar zijn heel veel technieken voor. Wat doe je bijvoorbeeld tijdens het tongen? Waar denk je dan aan? Oraal bevredigen, laten we dat zien of niet? Daar ga je eerst over in gesprek met elkaar en dan ga je repeteren. Dat kan wel een hele dag duren. En als het moeilijke vrijages zijn, zit er ook nog een stuntcoördinator bij… Je kijkt me nu verbaasd aan, maar dat is heel handig.’
Een stuntcoördinator bij een seksscène?
‘Wanneer gebeurde dat ook alweer? Misschien was dat niet bij deze film… O nee, dat was bij mijn serie Een van ons, dat ging om een verkrachting. Mensen die op elkaar springen, vallen, daar zijn allemaal technieken voor. Stel: ik rand jou nu aan en ik werk je tegen de grond, dat doe je met een stuntcoördinator erbij. Misschien ook nog hoe ik je broek uittrek, maar bij alles wat daarna gebeurt heb je een intimiteitscoördinator nodig. Ik leg het maar even simpel uit, hè. Ik heb ook veel van de intimiteitscoördinator geleerd. Aan het begin van de film zie je beelden van de darkroom. Daar zijn we eindeloos mee bezig geweest. De jongens die dat spelen hebben de hele dag in de hitte gestaan, met hun blote lijven tegen elkaar. Dan kun je als de scène erop staat niet tegen ze zeggen: oké, we zijn klaar, toedeloe! Hun geesten weten wel dat het acteren is, maar dat weten hun lichamen niet. Dat moet je even afbouwen en dit kan de intimiteitscoördinator dan begeleiden.’
Downtown opent NFF, maar de film beleefde afgelopen juni zijn wereldpremière op het festival Frameline in San Francisco. Hoe was dat?
‘Heel mooi. Maar dat heb ik gehoord van Frank, want ik kon er zelf niet bij zijn. De film ging in première in een bioscoop op Castro Street, ken je die? Dat is in een beroemde oude homowijk. Die bioscoop zat vol met ervaringsdeskundigen. En volgens Frank werd de film erg goed ontvangen. Ik was er graag bij geweest, want ik heb de film nog steeds niet kunnen zien met andere mensen erbij. Nou ja, dat moet dan maar in Utrecht gebeuren.’
