HBO-serie Lanterns is meer detectivedrama dan superheldenspektakel

Verfilming van Green Lantern-strips nu te zien op HBO Max

  • Alex Mazereeuw

Met de nieuwe HBO-superheldenserie Lanterns proberen de makers van Lost en Ozark een moeilijk verfilmbaar verhaal om te vormen tot een True Detective-achtige reeks. Dat pakt verrassend goed uit.

De laatste keer dat er een grootschalige poging werd gedaan om het superheldenverhaal uit de Green Lantern-strips te verfilmen, liep dat behoorlijk slecht af. Green Lantern flopte in 2011 behoorlijk, kreeg talloze negatieve recensies en hoofdrolspeler Ryan Reynolds maakte in zijn latere Deadpool-films maar al te graag grapjes om de film te bespotten.

Flink wat druk dus, voor makers Tom King, Chris Mundy en Damon Lindelof, om er ditmaal wél iets van te maken. King is als stripboekenschrijver een veteraan binnen het superheldengenre, terwijl Mundy (Ozark) en vooral Lindelof (The Leftovers, Lost, Watchmen) bewezen televisiemakers zijn. Er was HBO, kortom, veel aan gelegen om van de achtdelige serie Lanterns wél een succes te maken.

Wat op basis van de eerste afleveringen van Lanterns vooral opvalt, is dat de serie een stuk aardser is dan de eerdere Green Lantern-verfilming. De makers houden het hier een stuk menselijker, al hoeft er geen misverstand over te bestaan dat voormalig piloot Hal Jordan (Kyle Chandler) toch echt een superheld is. Hij is een van de Green Lanterns, een soort intergalactische agenten die de vrede in het universum moeten bewaken.

In Lanterns is Jordan een wat cynische veteraan met een overdosis aan zelfvertrouwen, die met de jonge, ambitieuze John Stewart (Aaron Pierre) een trainee onder zijn hoede krijgt. Waar de nieuwe Lanterns meestal worden gekozen door een magische ring, is Stewart hoogstpersoonlijk gerekruteerd door de leiders van de organisatie. Hun samenwerking leidt Hal en John naar Nebraska, waar meerdere doden zijn gevallen na een Americanfootballwedstrijd. De wereldwijze Hal weet genoeg: hier speelt iets buitenaards.

Aaron Pierre als John Stewart in Lanterns
© HBO Max

De makers van Lanterns lieten zich naar eigen zeggen vooral inspireren door series als True Detective en Slow Horses. Vooral de invloed van die eerste serie wordt duidelijk zichtbaar, want Lanterns is op veel momenten meer detectivedrama en buddy-cop-verhaal dan een intergalactisch superheldenspektakel. Met het onderzoek naar een mysterieuze moordzaak in conservatief Amerika én tijdsprongen tussen heden en verleden, zijn de parallellen met True Detective niet moeilijk te vinden.

Lanterns past daarmee naadloos in de trend dat alleen een superheldenverhaal vaak niet meer genoeg is. Zeker op tv-gebied zien we steeds vaker dat superheldenseries experimenteren met andere vormen en genres: WandaVision nam de stijl aan van talloze sitcoms uit de tv-geschiedenis, Wonder-Man draaide vooral om een acteur die wil doorbreken in Hollywood, en het recente Spider-Noir met Nicolas Cage is vooral een ode aan de film noir van weleer. The Penguin, ook een HBO-serie, had dan weer verdomd veel weg van The Sopranos.

In een interview met The New York Times gaven de makers aan dat Lanterns ‘zweteriger en smeriger’ moest worden dan ‘stralend’ en ‘vol green screens’. Minder superheldenverhaal met talloze computereffecten, meer een verhaal van deze wereld. Het is een aanpak die, ondanks een wat rommelige aftrap, uitstekend uitpakt, vooral ook met dank aan hoofdrolspelers Chandler en Pierre. Lanterns is door die aanpak gelukkig veel meer dan het zoveelste superheldenverhaal.