April 2006. Hiphopband The Coup brengt het album Pick a Bigger Weapon uit, vol funky beats en maatschappijkritische teksten. Een van de nummers is I Love Boosters. Daarin vertelt frontman Boots Riley over ‘boosters’: vrouwen die stelen uit grote winkelketens om de buit voor een prikkie door te verkopen aan hun eigen gemeenschap. Twintig jaar later maakte Riley rond dat idee een absurdistische misdaadkomedie met dezelfde titel.
De booster die we volgen in die film heet Corvette (Keke Palmer). Zij is eigenlijk een getalenteerde modeontwerpster, maar moet haar creatieve ambities bekostigen door te stelen, omdat reguliere banen nóg minder betalen. Samen met haar partners in crime Mariah en Sade vormt ze de Velvet Gang, een beruchte groep boosters die door de beroemde designer en CEO Christie Smith (Demi Moore) ‘low-class urban bitches’ worden genoemd. Wanneer echter blijkt dat ook Smith een dief is - zij heeft een kledingontwerp van Corvette gestolen en verdient daar nu bakken met geld mee - besluit het drietal wraak te nemen. Hun doelwit: de allerduurste kledingcollectie van Smith.

Statement tegen kapitalisme
De boodschap van Riley, zelf uitgesproken links, is duidelijk: de werkende klasse wordt uitgebuit door de ultrarijken, die ook verantwoordelijk zijn voor de zielloze commercialisering van kunst. Net als in zijn vorige film Sorry to Bother You windt Riley er in I Love Boosters geen doekjes om. De film is een bijna twee uur durend statement tegen het kapitalisme, terwijl karakterontwikkeling en het verhaal naar de achtergrond verdwijnen.
Maar waar ‘show don’t tell’ doorgaans geldt als richtlijn voor goed vertelde films, is bij I Love Boosters het loslaten van dat motto juist de kracht van de film. De film werkt beter als je accepteert dat Riley niet een gelaagd verhaal met een onderliggende boodschap over de maatschappij wil vertellen. Hij wil een punt maken en dat het liefst van de daken schreeuwen.
Als megafoon gebruikt hij het heist-genre om de gebreken van het economische en politieke systeem creatief en vermakelijk duidelijk te maken. De thuisbasis van de kwaadaardige CEO is bijvoorbeeld een scheefstaande wolkenkrabber waarin alleen zijzelf zich moeiteloos beweegt, terwijl mensen uit lagere klassen er telkens wegglijden. Het marxistische begrip ‘warenfetisjisme’ krijgt een visuele vertaling door de ‘deconstructer’, een bovennatuurlijke machine die mens en object terugbrengt naar hun oorspronkelijke staat.
Met inventieve cameratruckjes, felle kleurenpaletten en bizarre plotwendingen dendert I Love Boosters als een hilarische achtbaan van maximalistische cinema voorbij. Om zo’n compromisloze, tegendraadse film überhaupt te maken, is op zichzelf al een daad van verzet.

